Oude parfumflessen en geuringredienten in een historisch parfumhuis

Van een vrouw in Mesopotamië tot een wereld van miljarden

In een museum in Berlijn ligt een gebroken kleitablet, bij geleerden bekend als KAR 220. De tekst erop is met een rieten stokje in natte klei gedrukt, in spijkerschrift, in een taal die we Akkadisch noemen. De randen zijn afgesleten; een deel van de inhoud is voor altijd verloren. Op dat tablet staat een naam — en achter die naam een verhaal dat ik pas leerde nadat ik al meer dan tweehonderd parfums in mijn kast had staan.

De naam is Tapputi-Belatekallim. Ze leefde rond 1200 voor Christus, in de stad Assur in Mesopotamië. Ze is een van de vroegste mensen van wie we de naam kennen in verband met de scheikunde. Je leest online vaak dat ze ‘de allereerste chemicus’ was; daar zijn historici voorzichtiger mee — ze was vrijwel zeker een van velen, en dat juist háár naam ons heeft bereikt, danken we deels aan het toeval dat haar kleitablet de eeuwen overleefde. Maar dít staat vast: haar vak was parfum maken, en ze legde het methodisch vast.

De vrouw met de bloemen, de olie en het water

Wat Tapputi deed klinkt eenvoudig: ze gebruikte bloemen, olie en planten die we vandaag nog kennen — mirre, balsem, kalmoes — en mengde ze met water en andere oplosmiddelen. Daarna verhitte ze het mengsel en ving ze de damp op. Wat overbleef was een vloeistof die rook naar de bloemen waarmee ze begon. Dit proces heet distillatie, en het is de basis van bijna alle parfumerie die ooit gemaakt is. Wanneer men vandaag in een laboratorium in Grasse rozenolie wint uit duizenden rozenblaadjes, gebruikt men in essentie het procédé dat Tapputi 3.200 jaar geleden op klei beschreef.

Het meest aandoenlijke detail: ze deed het niet alleen. Op het tablet staat een tweede naam, deels verloren in beschadigde klei: Ninu — een vrouw wiens volledige naam we nooit zullen kennen. Twee vrouwen die samenwerkten in de hete keukens van een paleis, omringd door bloemen en kruiken, methodisch onderzoekend hoe ze geur konden vangen en bewaren. Wanneer ik in mijn eigen keuken een flesje openzet, denk ik soms aan hen. Dezelfde nieuwsgierigheid die in mij leeft als ik een nieuwe geur ruik, leefde toen al in hen.

Brandende wierook met opstijgende rook tijdens een traditioneel geur ritueel

Per fumum — door rook

Het woord parfum komt uit het Latijn: per fumum — “door rook”. Want lang voordat parfum een vloeistof in een flesje werd, was het rook die opsteeg. In het oude Egypte verbrandden priesters geurige stoffen in tempels om hun gebeden naar de goden te laten stijgen. Een mengsel dat zij vaak gebruikten heette kyphi — een combinatie van mirre, honing, rozijnen, wijn en vele andere ingrediënten, afhankelijk van het recept.

Toen archeologen in 1922 het graf van Toetanchamon openden, na meer dan drieduizend jaar verzegeling, meldden ze nog steeds een vage geur op te vangen uit de potten die daar stonden. Egyptische balsemers gebruikten harsen en oliën die zo goed conserveerden dat zelfs de tijd ze niet helemaal kon stoppen. Voor de oude Egyptenaren was geur geen luxe — het was hoe je met het onzichtbare communiceerde.

De gouden eeuw van het Arabische distilleren

Tussen de achtste en de dertiende eeuw beleefde de Arabische wereld een wetenschappelijke bloeitijd die in westerse geschiedenisboeken vaak ondergewaardeerd wordt. Het was in deze tijd dat geleerden zoals Avicenna — in het Arabisch Ibn Sina — het distilleerproces verfijnden. Avicenna verfijnde de stoomdistillatie van rozen tot iets dat we vandaag nog herkennen. Veel van onze moderne parfumchemie heeft Arabische wortels.

Een klein maar veelzeggend detail: het woord alcohol komt uit het Arabisch — al-kuhl. Wanneer een parfumeur vandaag parfumoliën in alcohol oplost om een eau de parfum te maken, gebruikt hij een procedure én een woord die beide in de Arabische wereld tot leven kwamen.

Hoe een Frans leerlooiers-dorp de parfumhoofdstad werd

Grasse, in het zuiden van Frankrijk, is vandaag bekend als de hoofdstad van de parfumerie. Maar tot in de zestiende eeuw was het een leerlooierij-stadje — een vies en stinkend bedrijf. Het verhaal gaat dat een Grasse-leerlooier een geurige handschoen maakte voor Catharina de Medici, de Italiaanse vrouw die met de Franse koning trouwde. Het hof werd verliefd op geurige leren handschoenen, en zo veranderde een hele streek: van leerlooierij naar bloementeelt naar parfumerie.

Uitgestrekte lavendelvelden, een belangrijke bron van geurstoffen voor parfums

Vandaag groeien op de heuvels rond Grasse nog steeds de bloemen die in de duurste parfums ter wereld terechtkomen: rose centifolia (die alleen in mei bloeit en voor zonsopgang met de hand wordt geplukt), jasmijn (in de vroege ochtend geplukt, bij het eerste licht), tuberoos, mimosa, narcis. Bloemen voor parfum laten zich niet industrieel produceren — ze bloeien wanneer ze bloeien en moeten op het juiste moment geplukt worden. Wat we kopen in een flesje is voor een groot deel tijd: jaargetijden, geduld, handen.

1868 — het jaar dat alles veranderde

In 1868 lukte het de Engelse scheikundige William Henry Perkin om voor het eerst een geur-molecuul te synthetiseren — in een laboratorium na te maken zonder dat er een bloem aan te pas kwam. Het molecuul heet coumarine en ruikt naar vers hooi en gedroogd gras. Dit was een revolutie: parfumeurs konden plotseling werken met grondstoffen die niet meer afhankelijk waren van seizoen, weer of oogst — en die bovendien veel goedkoper waren. Een kilo natuurlijke rozenolie kost tienduizenden euro’s; een kilo synthetische rozengeur een fractie daarvan.

In 1882 lanceerde het Franse huis Houbigant een parfum dat Fougère Royale heette — het eerste dat zwaar leunde op synthetische ingrediënten. Het luidde de moderne parfumerie in. Sindsdien is bijna elk commercieel parfum een mengsel van natuurlijke en synthetische grondstoffen. Wanneer je vandaag een Dior, Chanel of Gucci spuit, ruikt je neus vaak voor het overgrote deel moleculen die in een laboratorium zijn gemaakt. Dat is niet slecht — zo werkt het gewoon.

Wie regeert de parfumwereld vandaag?

Hier wordt het verhaal minder romantisch en meer zakelijk — maar je hebt er recht op dit te weten, zeker als je geld aan parfum besteedt. De wereldwijde parfummarkt is ruwweg 50 tot 70 miljard euro waard, afhankelijk van wat je meetelt, en groeit elk jaar. Hij wordt gedomineerd door een handvol grote bedrijven:

  • LVMH (Frankrijk) — de grootste speler. Bezit Dior, Givenchy, Guerlain, Acqua di Parma en Maison Francis Kurkdjian. Dior Sauvage is een van de bestverkochte parfums ter wereld.
  • Kering (Frankrijk) — kocht in 2023, via zijn nieuwe divisie Kering Beauté, het nichehuis Creed.
  • Estée Lauder (VS) — bezit Jo Malone, Tom Ford, Le Labo, Editions de Parfums Frédéric Malle, Kilian. Veel “kleine niche-merken” zijn in werkelijkheid eigendom van dit éne bedrijf.
  • Coty (VS) — heeft licenties op modemerken zonder eigen parfumafdeling: Calvin Klein, Marc Jacobs, Burberry, Hugo Boss.
  • Chanel (Frankrijk, particulier) — het enige grote parfumbedrijf dat nog familiebezit is (de familie Wertheimer). Chanel No.5 (1921) is na ruim honderd jaar nog altijd een van de bestverkopende parfums ter wereld.
  • L’Oréal (Frankrijk) — heeft de parfumlijnen van Yves Saint Laurent, Giorgio Armani en Lancôme.
  • Puig (Spanje) — bezit Paco Rabanne, Carolina Herrera, Jean Paul Gaultier, Penhaligon’s, L’Artisan Parfumeur, en sinds 2022 ook Byredo — dat zich presenteert als “Zweedse niche” maar Spaans bezit is.

Wat lijkt op honderd verschillende huizen, is in werkelijkheid een dozijn families met heel veel merken.

De onzichtbare reuzen — wie maakt jouw parfum echt?

Hier komt het deel dat mij persoonlijk verraste. Wanneer jij een parfum van Dior koopt, denk je waarschijnlijk dat het bij Dior is bedacht en gemaakt. Het wordt onder de naam Dior verkocht — maar de daadwerkelijke geur, het mengsel zelf, wordt meestal niet door Dior ontwikkeld. Er zijn wereldwijd enkele zeer grote bedrijven die voor bijna alle bekende merken werken; zij hebben de echte parfumeurs in dienst. Hun namen staan nooit op een flesje:

  • Givaudan (Zwitserland) — de grootste. Maakt geuren voor onder andere Dior, Estée Lauder en Tom Ford.
  • dsm-firmenich (Zwitsers-Nederlands, sinds een fusie in 2023) — levert aan veel grote luxe-merken.
  • IFF (International Flavors & Fragrances, VS) — maakt zowel voedselsmaken als parfumgeuren.
  • Symrise (Duitsland) — sterk in zowel luxe-parfumerie als verzorgingsproducten.

Dit betekent niet dat de merken liegen. Het betekent dat de werkelijke kunst van parfum maken grotendeels gebeurt bij een handjevol bedrijven waar de meeste mensen nog nooit van hebben gehoord. Toen ik dit las, voelde ik iets dubbels: een lichte teleurstelling — ik dacht jarenlang dat ik “een Dior” droeg, terwijl ik vaak een Givaudan-creatie met een Dior-fles eromheen droeg — maar ook diep respect. De parfumeurs daar volgen een jarenlange opleiding voordat ze zelfstandig mogen werken. Zij zijn de echte kunstenaars achter het werk dat de merken naar buiten brengen.

Waarom is parfum eigenlijk zo duur?

Voor wie zich ooit afvroeg waarom een flesje van 50 ml 150 of 250 euro kost — hier een eerlijk antwoord, met getallen:

  • Oud (een Aziatische harssoort): 30.000 tot 80.000 euro per kilo — duurder dan goud. Slechts een klein deel van de bomen ontwikkelt de geurige hars op natuurlijke wijze.
  • Iriswortel-boter: tot 100.000 euro per kilo. De wortel moet eerst drie tot vijf jaar drogen voordat hij bruikbaar is.
  • Rose absolute uit Grasse: tussen 8.000 en 15.000 euro per kilo — voor één kilo zijn honderdduizenden met de hand geplukte bloemen nodig.
  • Jasmijn-absolute uit Grasse: vergelijkbare prijzen, en eveneens honderdduizenden bloemen per kilo, in de vroege ochtend geplukt.

Daarbij komen de kosten van de master-parfumeur, de ontwikkeltijd (twee tot vier jaar gemiddeld), de verpakking, en — vaak het grootste deel — de marketing en de marge. De grondstoffen zijn meestal niet het duurste. Maar voor de echt zeldzame ingrediënten klopt het verhaal: wat in je flesje zit, is soms duurder dan goud.

Tot slot

We begonnen met Tapputi: een vrouw in Mesopotamië, 3.200 jaar geleden, die bloemen verhitte in water en de damp opving — met haar handen, met geduld, met een collega genaamd Ninu. We eindigen bij conglomeraten met miljarden omzet, fabrieken in Zwitserland, eigen rozenvelden in Frankrijk, en marketingcampagnes die meer kosten dan de grondstoffen.

Tussen die twee uitersten ligt 3.200 jaar menselijk verlangen om vast te houden wat we niet kunnen vasthouden. Geur is vluchtig: een molecuul stijgt op, raakt onze neus, en is weg. En al die tijd zijn mensen — priesters, koninginnen, scheikundigen, kunstenaars — bezig geweest dat vluchtige moment te vangen en te dragen.

Wanneer ik een parfum uit mijn collectie pak, draag ik niet alleen een geur. Ik draag 3.200 jaar mensenwerk: de distillatie die Tapputi beschreef, de stoom-methode die Avicenna verfijnde, de rozenvelden van Grasse, de moleculen die in 1868 voor het eerst werden gemaakt, de parfumeur die jaren studeerde, de handen die voor dag en dauw bloemen plukten. Een parfum is geen product — het is een keten van handen en geesten die duizenden jaren teruggaat.

En aan het begin van die keten staan twee vrouwen die we bijna vergeten waren. Ze deden hun werk lang voordat iemand er geld aan ging verdienen, lang voordat er flessen met logo’s waren. Ze deden het omdat geur de moeite waard was. Dat is misschien wel de enige reden die ooit echt heeft geteld.

Wist jij dit van de parfums in jouw kast? En verandert het iets aan hoe je ze gaat dragen?

Verder lezen


Bronnen & verantwoording

Dit is een historisch verhaal, samengesteld uit archeologische, wetenschapshistorische en zakelijke bronnen — geen medisch advies. Waar de geschiedenis onzeker is, zoals bij de precieze rol van Tapputi, heb ik dat eerlijk benoemd in plaats van het mooier te maken dan het is.

  • Tapputi-Belatekallim en het kleitablet KAR 220 — bewaard in het Vorderasiatisches Museum, Berlijn; voor het eerst vertaald door de assyrioloog Erich Ebeling (1919). Voor een kritische, genuanceerde bespreking van de mythevorming rond Tapputi: het werk van geurhistoricus Nuri McBride.
  • William Henry Perkin, eerste synthese van coumarine (1868) — W. H. Perkin, “On the artificial production of coumarin and formation of its homologues”, Journal of the Chemical Society 21 (1868), 53–63.
  • Fougère Royale (Houbigant, 1882) — algemeen erkend als het eerste fijne parfum dat zwaar leunde op een synthetische grondstof (coumarine).
  • Avicenna (Ibn Sina) en de verfijning van de stoomdistillatie van rozen — wetenschapshistorische literatuur over de alembiek en de islamitische gouden eeuw.
  • Marktomvang en eigendomsverhoudingen (LVMH, Kering/Creed, Estée Lauder, Coty, Chanel, L’Oréal, Puig; en de geurmakers Givaudan, dsm-firmenich, IFF, Symrise) — bedrijfsrapportages en brancheanalyses, 2023–2025.

Reacties

Geef een reactie

Ontdek meer van withilhama

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder