Conceptuele afbeelding over perceptie, geheugen en cognitieve vertekeningen

Wat twee beroemde experimenten ons leren over manipulatie en hoe we onszelf beschermen

We leven in een tijd waarin informatie ons van alle kanten bereikt: nieuws, meningen, beloftes, waarschuwingen, beelden die ons bang maken en beelden die ons hoop geven. Iedereen lijkt iets van ons te willen: onze aandacht, onze stem, ons geld, ons geloof.

Een vraag die ik mezelf de laatste jaren steeds vaker stel is deze: waarom zijn wij mensen eigenlijk zo makkelijk te beïnvloeden? Waarom geloven mensen soms dingen die later onwaar blijken? Het antwoord ligt niet in domheid. Het ligt in hoe ons brein is gebouwd. Twee beroemde onderzoeken laten twee zwakheden van dat brein zien, zwakheden die mensen met macht maar al te goed kennen. En als we ze zelf ook leren kennen, worden we een stuk moeilijker te manipuleren.

Het eerste experiment: het brein dat hoort wat het wil horen

De neurowetenschapper Tali Sharot (University College London, en verbonden geweest aan MIT) onderzocht jarenlang hoe mensen over hun toekomst denken. Wat ze ontdekte heeft een naam gekregen: de optimisme bias. In gewone taal: mensen onderschatten systematisch de kans dat hen iets ergs overkomt, en overschatten de kans dat het goed gaat.

Vraag aan honderd mensen of zij meer of minder kans denken te hebben dan gemiddeld op een scheiding, een ernstige ziekte, een ontslag. De meesten denken: minder dan gemiddeld. Dat kan statistisch niet, niet iedereen kan beter dan gemiddeld zijn. Maar ons brein gelooft het toch. En het is universeel: Sharot vond de optimisme bias bij mensen van alle leeftijden en culturen, en zelfs in aangepaste vorm bij andere diersoorten. Het is geen karaktertrek, maar een eigenschap van het menselijke brein zelf.

De twee deuren in je hoofd

Sharot ontdekte iets nog interessanters: hoe mensen hun overtuigingen bijstellen wanneer ze nieuwe informatie krijgen. Stel je voor dat je brein twee deuren heeft waardoor nieuwe informatie naar binnen moet. Wanneer goéd nieuws aankomt — “je toekomst is rooskleuriger dan je dacht”, staat de deur wijd open; je neemt het makkelijk aan. Maar wanneer slécht nieuws aankomt, “je toekomst is somberder dan je dacht”, staat de deur bijna dicht; je overtuiging verandert nauwelijks.

Dit heet selectief bijstellen van overtuigingen. We zijn geen eerlijke verwerkers van informatie: we laten goed nieuws makkelijk binnen en houden slecht nieuws buiten. Niet bewust, het gebeurt vanzelf, diep in het brein. Sharot ontdekte ook dat dopamine (dezelfde stof die met plezier en verwachting te maken heeft) deze neiging versterkt.

Waarom dit ons kwetsbaar maakt

Stel je voor dat iemand jou wil overtuigen. Wat werkt het beste? Een belofte van een betere toekomst: “Het komt allemaal goed.” “Met dit product wordt je leven beter.” Zulke boodschappen glijden zo door de open deur naar binnen, ze passen perfect op onze optimisme-bias. En wat werkt slecht? Waarschuwingen: “Pas op, dit gaat fout.” Die botsen tegen de gesloten deur; we negeren ze, ook wanneer ze waar zijn.

Dit verklaart veel: waarom mensen gezondheidswaarschuwingen negeren tot het te laat is, waarom samenlevingen risico’s onderschatten, en waarom een leider die hoop verkoopt vaak meer aanhang krijgt dan iemand die de waarheid vertelt over moeilijke tijden. Belangrijk: de optimisme-bias is niet alleen slecht. Hij houdt ons gaande, hij geeft ons de moed om op te staan, plannen te maken, door te zetten na tegenslag. Zonder een beetje onrealistisch optimisme zou bijna niemand een bedrijf starten of een droom najagen. Maar wie de bias niet kent, kan erdoor gestuurd worden zonder het te merken.

Maar wacht — onthouden we slecht nieuws niet juist beter?

Als je goed oplet, denk je nu misschien: dit klopt niet helemaal. Een nare opmerking blijft toch jaren hangen? Een ramp op het journaal grijpt ons harder dan goed nieuws? Je hebt gelijk en dit is geen tegenspraak, maar een van de mooiste nuances in de psychologie. Er bestaat namelijk ook een tegengestelde neiging: de negativiteitsbias. Één belediging weegt zwaarder dan tien complimenten. Dat is evolutionair logisch: de voorouder die de waarschuwing voor het roofdier onthield, overleefde; wie hem vergat, werd opgegeten.

Hoe kunnen twee biases elkaar tegenspreken? Ze werken op verschillende dingen. De negativiteitsbias werkt op ervaringen, op wat nu gebeurt of al gebeurd is; daar weegt het negatieve zwaarder. De optimisme-bias werkt op verwachtingen, op hoe we onze eigen toekomst inschatten; daar weegt het positieve zwaarder. Dat verklaart iets wat je vast herkent: mensen kunnen tegelijk somber zijn over de wereld én hoopvol over zichzelf. Vraag iemand of het slecht gaat met de wereld, en hij somt de problemen op. Vraag dezelfde persoon of hém iets ergs gaat overkomen, en hij zegt: “mij waarschijnlijk niet.” Pessimistisch over de wereld, optimistisch over onszelf, tegelijk, in hetzelfde brein.

En hier wordt het, voor het thema beïnvloeding, bijna verontrustend slim. Want wie macht over geesten wil, kan béíde biases tegelijk gebruiken: maak mensen bang voor de wereld (“er komt gevaar, wees bang”) én beloof hun persoonlijke veiligheid als ze je volgen (“maar bij míj ben jij veilig”). De angst grijpt ze, de hoop bindt ze. Dat is de oudste formule van overtuiging die er bestaat en wie beide biases in zichzelf herkent, ziet die formule van een afstand aankomen.

Lege ruimte met twee banken als symbool voor stilte, reflectie en de werking van het menselijk brein

Het tweede experiment: het brein dat niet stil kan zijn

In 2014 publiceerden onderzoekers onder leiding van psycholoog Timothy Wilson (University of Virginia), samen met de Harvard psycholoog Daniel Gilbert, een onderzoek in Science dat sindsdien wereldberoemd werd. De opzet was simpel: mensen moesten 6 tot 15 minuten alleen in een kamer zitten met niets te doen behalve nadenken. Geen telefoon, geen boek, geen muziek. Alleen jij en je gedachten.

Voor de meeste mensen bleek dit verrassend onaangenaam. Toen gingen de onderzoekers verder: ze gaven deelnemers de mogelijkheid zichzelf een milde elektrische schok te geven met een druk op de knop. Het belangrijke detail: diezelfde mensen hadden vooraf gezegd dat ze géld zouden betalen om die schok te vérmijden. En toch: alleen met hun gedachten gaf 67 procent van de mannen en 25 procent van de vrouwen zichzelf minstens één schok. Één man drukte 190 keer in een kwartier. Lees dat nog eens: mensen kozen ervoor zichzelf pijn te doen, pijn waarvoor ze net nog wilden betalen om hem te ontwijken, alleen om niet alleen te hoeven zijn met hun eigen gedachten.

Waarom ook dit ons kwetsbaar maakt

Dit onderzoek laat zien dat het brein een diepe afkeer heeft van leegte, van stilte, van niets doen. We willen geprikkeld worden, zelfs wanneer die prikkel onaangenaam is. Denk nu aan onze wereld: we dragen een apparaat in onze zak dat elk moment van leegte kan vullen. Geen rij voor de kassa, geen wachtkamer, geen rustig moment voor het slapen hoeft nog in stilte. Zodra leegte dreigt, vullen we hem, met scrollen, nieuws, video’s, andermans meningen.

En hier raken de twee onderzoeken elkaar. Als ons brein niet stil kan zijn, vullen we elke leegte met informatie van buitenaf. En als die informatie binnenkomt door een brein dat selectief hoort wat het wil horen, worden we gevormd door wat anderen ons voeren, zonder ooit lang genoeg stil te staan om er kritisch over na te denken. Een mens die nooit alleen kan zijn met zijn gedachten, denkt zelden zijn eigen gedachten. Hij denkt de gedachten die hem worden aangereikt.

De twee zwakheden samen — het perfecte doelwit

Stel je een mens voor die makkelijk hoort wat hij wil horen én geen moment stil kan zijn. Dat is geen zwakke mens, dat is een normale mens. Dat zijn wij allemaal, in meer of mindere mate. En het is precies het soort brein dat het makkelijkst te beïnvloeden is. Wie macht over geesten wil, hoeft maar weinig te doen: maak mensen bang voor de wereld, beloof ze persoonlijk een mooie toekomst, en zorg dat ze nooit stil genoeg zijn om er kritisch over na te denken. Dit is geen complottheorie, het is gewoon hoe overtuiging werkt, in reclame, politiek en propaganda. De goede leider en de manipulator gebruiken dezelfde mechanismen; het verschil zit in hun bedoeling, niet in hun methode. En juist daarom is het zo belangrijk de mechanismen zelf te begrijpen.

Vrouw met schaakbord voor een spiegel als symbool voor zelfreflectie en denkfouten

De verdediging en die ligt in jezelf

Hier komt het hoopvolle deel. Beide zwakheden hebben een tegengif, en dat ligt volledig binnen je eigen bereik. Geen geld, geen macht nodig, alleen bewustzijn en oefening.

  1. Ken de twee deuren. Belooft een boodschap je een makkelijke, mooie toekomst, stop even en vraag: “geloof ik dit omdat het waar is, of omdat ik het graag wíl geloven?” Alleen die vraag opent de gesloten deur een stukje.
  2. Zoek bewust het slechte nieuws op. Omdat ons brein onaangename informatie afweert, moeten we die actief opzoeken. Vraag bij elke overtuiging: “welk bewijs spreekt mij tegen?” Dit voelt onnatuurlijk, precies waarom het werkt.
  3. Oefen met stilte. Misschien de belangrijkste vaardigheid van onze tijd. Wees elke dag een paar minuten alleen met je gedachten, zonder telefoon. In het begin voelt het ongemakkelijk, dat is normaal, het onderzoek bewees het. Maar wie leert stil te zijn, leert zijn eigen gedachten te denken.
  4. Vertraag voor je gelooft of deelt. Manipulatie werkt door snelheid. De eenvoudigste verdediging is traagheid: wacht een dag voor je een sterke mening overneemt, een uur voor je iets deelt dat je boos of euforisch maakt. In die vertraging komt je eigen oordeel terug.
  5. Wees vriendelijk voor jezelf. Je raakt deze biases nooit helemaal kwijt, ze zitten in elk brein, ook in dat van de wetenschappers die ze ontdekten. Het doel is geen perfectie, maar bewustzijn: een beetje vaker stilstaan, twijfelen aan wat je graag gelooft, en de stilte verdragen.

Tot slot

We leven in een onrustige wereld vol stemmen die profiteren van onze angst én van onze hoop, met meer informatie dan ooit, en minder stilte dan ooit. Het is verleidelijk te denken dat de oplossing buiten ons ligt: betere leiders, betere media, betere regels. Die doen ertoe. Maar er is één verdediging die niemand je kan afnemen en die altijd binnen handbereik ligt: het begrijpen van je eigen brein.

Een mens die weet dat hij hoort wat hij wil horen, hoort scherper. Een mens die de stilte kan verdragen, denkt zijn eigen gedachten. En een mens die zijn eigen gedachten denkt, is vrijer dan welke macht hem zou willen laten zijn. In een wereld die constant aan onze geest trekt, is dat misschien wel de belangrijkste vrijheid die er is.

Wanneer was jij voor het laatst een paar minuten alleen met je gedachten, zonder telefoon, zonder afleiding? En wat zou er gebeuren als je dat heel soms, weer zou durven? Geen dwingende oefening. Alleen een vraag om mee te dragen, in de stilte die je jezelf misschien binnenkort gunt.

Verder lezen


Bronnen

  • Sharot, T. (2011). The Optimism Bias: A Tour of the Irrationally Positive Brain (boek) en “The Optimism Bias”, Current Biology 21(23) — de optimisme-bias.
  • Sharot, T., Riccardi, A.M., Raio, C.M. & Phelps, E.A. (2007). “Neural mechanisms mediating optimism bias”, Nature 450, 102–105.
  • Sharot, T., Korn, C.W. & Dolan, R.J. (2011). “How unrealistic optimism is maintained in the face of reality”, Nature Neuroscience 14(11), 1475–1479 — selectief bijstellen: goed nieuws laten we makkelijker binnen dan slecht nieuws.
  • Sharot, T., Guitart-Masip, M., Korn, C.W., Chowdhury, R. & Dolan, R.J. (2012). “How dopamine enhances an optimism bias in humans”, Current Biology 22(16), 1477–1481 — de rol van dopamine; de bias komt voor over leeftijden, culturen én (in aangepaste vorm) bij andere diersoorten.
  • Kanttekening: Harris, A.J.L. & Hahn, U. (2011). “Unrealistic optimism about future life events: a cautionary note”, Psychological Review 118(1), 135–154 — de optimisme-bias kan deels een statistisch effect zijn.
  • Negativiteitsbias: Baumeister, R.F., Bratslavsky, E., Finkenauer, C. & Vohs, K.D. (2001). “Bad is stronger than good”, Review of General Psychology 5(4), 323–370; en Rozin, P. & Royzman, E.B. (2001). “Negativity bias, negativity dominance, and contagion”, Personality and Social Psychology Review 5(4), 296–320.
  • Wilson, T.D., Reinhard, D.A., Westgate, E.C., Gilbert, D.T. e.a. (2014). “Just think: The challenges of the disengaged mind”, Science 345(6192), 75–77 — 67% van de mannen en 25% van de vrouwen gaf zichzelf minstens één schok; één man 190 keer.
  • Kanttekening: “Is thinking really aversive? A commentary on Wilson et al.”, Frontiers in Psychology (2014) — plaatst vraagtekens bij de interpretatie van het schokexperiment.

Reacties

Geef een reactie

Ontdek meer van withilhama

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder