Confident woman smiling in soft natural light during menopause

Online vind je over de overgang twee soorten stemmen, en ze schreeuwen allebei even hard. De ene roept dat hormonen gif zijn. De andere dat élke vrouw aan de hormonen moet. En daar zit jij dan, ergens in het midden, met een lijf dat ineens dingen doet die niemand je had verteld.

Laten we het rustig uitzoeken. Zonder kamp, zonder bangmakerij, alleen met wat het onderzoek écht laat zien. Want net als bij dat dure potje collageen ligt de eerlijke waarheid ergens in het midden, en juist daar is ze de moeite waard.

Eén ding vooraf, en ik meen het: dit is geen persoonlijk medisch advies. Het is een kaart, geen route. Jouw route bespreek je met je huisarts of gynaecoloog.

Wat er werkelijk gebeurt

De meeste mensen denken: “De eierstokken stoppen met oestrogeen maken, dus het is op.” Maar zo simpel is het niet, en het echte verhaal is veel mooier.

Tijdens je vruchtbare jaren zijn je eierstokken de hoofdcentrale. Ze produceren grote hoeveelheden estradiol, het krachtigste natuurlijke oestrogeen, en dat stroomt naar je hele lichaam: hersenen, botten, bloedvaten, huid, spieren, blaas, immuunsysteem. Alles is eraan gewend. Het is de elektriciteit waarop het hele huis draait.

Dan raken de eierstokken niet ineens leeg, maar langzaam door hun voorraad eitjes heen. En dat tussenstuk, de perimenopauze, is vaak juist de lastigste periode. Geen nette daling, maar wilde schommelingen: de ene week torenhoge oestrogeenpieken, de andere week bijna niets. Voor het brein zijn die schommelingen vaak zwaarder dan een stabiel laag niveau. In de Penn Ovarian Aging Study, die vrouwen negen jaar lang volgde, namen opvliegers, gewrichtspijn én sombere stemming juist tóé naarmate de overgang vorderde, en de klachten hingen samen met schommelingen in het oestradiol, niet alleen met de hoogte ervan.

En na de menopauze? Dan gebeurt iets wat te weinig mensen weten. Je lichaam komt niet zonder oestrogeen te zitten, het verandert alleen van leverancier. Op talloze plekken (vetweefsel, bot, de wand van je bloedvaten, je hersenen) zit een enzym, aromatase, dat bouwstenen uit je bijnieren kan ombouwen tot oestrogeen. Niet meer als één grote stroom door het lichaam, maar lokaal, ter plekke, precies waar het nodig is. De hoofdcentrale sluit; kleine, lokale energiecentrales nemen het werk over. De verlichting blijft branden, het hele netwerk moet alleen opnieuw worden afgesteld.

Of, als je van orkesten houdt: het grote symfonieorkest gaat met pensioen, en een kamerorkestje neemt het over. Minder koper, minder volume. Maar er is nog steeds muziek.

Vrouw in de menopauze reflecteert op veranderingen tijdens de overgangsjaren

Waarom de overgangsjaren soms zwaarder voelen dan de jaren erná

Dit verklaart een raadsel dat veel vrouwen herkennen: waarom voel ik me middenín de overgang vaak beroerder dan een paar jaar later?

Je brein heeft tientallen jaren één boodschap gekregen: “mijn normaal is dít niveau.” Als dat niveau wegvalt, en vooral als het eerst nog alle kanten op stuitert, moeten de temperatuurregeling, de slaapcentra en de neurotransmitters opnieuw leren wat “normaal” is. Dat heet herkalibreren, en het kost tijd. Na een paar jaar ontstaat meestal een nieuw evenwicht. Niet hetzelfde als vroeger. Maar wel een evenwicht.

Dat is misschien wel de geruststellendste zin van dit hele stuk: je lichaam is niet kapot. Het zoekt een nieuwe afstelling.

Opvliegers: een thermostaat die op hol slaat

Iedereen kent het beeld van opvliegers, maar bijna niemand weet wat er ónder zit. Diep in je hypothalamus zit een soort thermostaat. Een groepje zenuwcellen met een onmogelijke naam, KNDy-neuronen, helpt die thermostaat afstellen, en die cellen zijn gevoelig voor oestrogeen. Als het oestrogeen wegvalt, raakt dat groepje ontregeld en wordt je “comfortzone” voor temperatuur ineens flinterdun.

Het gevolg: een minuscule stijging van je lichaamstemperatuur, die je vroeger niet eens had gemerkt, wordt nu uitgelegd als noodgeval. Je lichaam reageert alsof iemand stiekem de verwarming op 30 heeft gezet, en gooit in paniek alle ramen open, blozen, zweten, warmte afvoeren. Niet omdat er iets mis is, maar omdat de thermostaat te scherp is afgesteld.

Het mooie is dat we dit inmiddels zó goed begrijpen, dat er een nieuw soort medicijn is dat precies op dat hersencircuit aangrijpt in plaats van op je hormonen. In grote trials verminderde zo’n middel (een blokker van de neurokinine-3-receptor) het aantal en de heftigheid van opvliegers duidelijk meer dan een placebo. Voor het eerst behandelen we de oorzaak in het brein, niet de hormonen eromheen.

De stille klacht: gewrichten en spieren

Vraag iemand naar de overgang en je hoort: opvliegers, nachtzweten, stemmingswisselingen. Maar heel veel vrouwen zeggen iets anders: waarom heeft niemand me verteld dat mijn gewrichten ineens pijn zouden doen?

“Ik werd ’s morgens wakker alsof ik in één nacht tien jaar ouder was geworden.” Dat is een zin die menopauzespecialisten en reumatologen eindeloos horen. En het is geen inbeelding. In datzelfde negenjarige onderzoek hoorden “pijn, stijfheid en gewrichtsklachten” bij de symptomen die toenamen door de overgang heen.

Waarom? Omdat oestrogeen veel meer doet dan voortplanting regelen. Er zitten oestrogeenreceptoren ín je kraakbeen, in de cellen die je gewrichten onderhouden. Oestrogeen werkt bovendien licht ontstekingsremmend en het beïnvloedt hoe je hersenen pijn verwerken. Valt het weg, dan kunnen sluimerende kwetsbaarheden ineens zichtbaar worden.

Het meest overtuigende bewijs komt uit een onbedoeld experiment. Bij sommige vormen van borstkanker krijgen vrouwen medicijnen (aromataseremmers) die het oestrogeen juist héél diep wegdrukken. Eén van de bekendste bijwerkingen daarvan? Een uitgesproken gewrichtspijn-syndroom. Wanneer je het oestrogeen wegneemt, gaan de gewrichten protesteren. Toeval is dat niet.

En dan is er nog een gemene vicieuze cirkel. Nachtzweten verstoort je slaap, en slaaptekort verlaagt aantoonbaar je pijngrens. Slechter slapen → meer pijn → slechter slapen. Een lus die zichzelf voedt.

Belangrijke nuance, want anders schrik je onnodig: dit is niet automatisch artrose. Vaak beginnen de klachten zonder dat er structurele schade in het gewricht zit, het zijn eerder hormonale en ontstekingsgerelateerde veranderingen. Het gewricht is niet versleten. De afstelling is veranderd.

Wat kun je er zelf aan doen?

Hier scrollen veel vrouwen naartoe: mooi verhaal, maar wat kán ik doen? En ik moet je teleurstellen met een waarheid die juist bevrijdend is: er is geen wondervoedingsmiddel. Als dat bestond, stond het al op een potje van vijftig euro, en daar hadden we het de vorige keer over.

Wel zijn er dingen die consequent helpen, zonder glamour maar met bewijs.

Slaap eerst. Zoveel klachten worden versterkt door slecht slapen — pijn, prikkelbaarheid, concentratie, eetlust. Een koele slaapkamer, vaste tijden, wat minder alcohol: niet spectaculair, wel effectief.

Vrouw doet krachttraining met halters tijdens de menopauze

Beweging als medicijn, en dan vooral kracht. Van alle leefstijlmaatregelen heeft bewegen de breedste winst. Krachttraining verbetert aantoonbaar je botdichtheid in heup en wervelkolom, precies de plekken die na de menopauze kwetsbaar worden. Zie het als een investering in de botten van je toekomstige zelf. Plus: meer spier, betere balans, vrolijker hoofd.

Voeding zonder hype. Genoeg eiwit wordt belangrijker dan vroeger (voor spierbehoud), calcium en vitamine D voor je botten (vitamine D is op onze breedtegraad vaak een aandachtspunt), en als patroon heeft de mediterrane keuken — olijfolie, groente, peulvruchten, vis, noten, meer bewijs achter zich dan welk “menopauzedieet” dan ook. En wees kritisch op supplementen: in goed onderzoek deden bijvoorbeeld omega 3 en yoga het voor de opvliegers zélf niet beter dan een placebo. Dat betekent niet dat yoga waardeloos is — beweeg vooral — maar wel dat de reclame harder roept dan het bewijs.

Vrouw maakt een rustige wandeling in de natuur voor welzijn en stressvermindering tijdens de menopauze

Hormoontherapie: het meest besproken hoofdstuk

En dan het onderwerp waar de meeste angst en verwarring zit.

Eerst de feiten, nuchter. Hormoontherapie is op dit moment de meest effectieve behandeling voor opvliegers en nachtzweten, en ook voor de droogte- en blaasklachten die bij de overgang horen. Daarnaast beschermt het tegen botverlies en breuken. Dat is geen marketing; dat is de conclusie van de grote menopauzerichtlijnen.

Wat geven artsen eigenlijk? Bij een vrouw zónder baarmoeder meestal oestrogeen alleen. Bij een vrouw mét baarmoeder oestrogeen plus een progestageen, dat tweede hormoon beschermt het baarmoederslijmvlies. (Daarover zo meteen meer, want daar zit precies een stukje van het kankerverhaal.)

Eén geruststelling die weinig mensen kennen: voor lokale klachten “beneden” bestaat er vaginale oestrogeen in een heel lage dosering. In het grote overzichtsonderzoek naar hormonen en borstkanker was juist díe vorm níet verbonden aan een verhoogd risico. Lokaal, laaggedoseerd, en geruststellend goed onderzocht.

“Maar krijg ik er geen kanker van?”

Dit is de vraag onder alle vragen. En het eerlijke antwoord is genuanceerder dan beide kampen je willen doen geloven.

Vrouw kijkt uit het raam tijdens een moment van reflectie over menopauze en gezondheid

Borstkanker, gecombineerde therapie. Oestrogeen plus een progestageen kan na enkele jaren gebruik het risico op borstkanker iets verhogen. “Iets” mag je letterlijk nemen — laat ik het in gewone getallen zetten. Stel je een groep vrouwen voor die vanaf hun vijftigste vijf jaar lang hormoontherapie gebruikt. De grote, wereldwijde heranalyse keek wat er dan tussen hun 50e en 70e met het aantal borstkankers gebeurt. Het hangt sterk af van wélke therapie:

  • Oestrogeen mét dagelijks progestageen: ongeveer 1 extra geval per 50 vrouwen.
  • Oestrogeen met progestageen dat je minder vaak neemt: ongeveer 1 extra geval per 70 vrouwen.
  • Oestrogeen alléén: ongeveer 1 extra geval per 200 vrouwen.

Wat betekent zo’n getal nu echt? Van elke 50 (of 70, of 200) vrouwen krijgt er ééntje een borstkanker die ze zónder de therapie waarschijnlijk niet had gekregen — de andere 49 (of 69, of 199) merken dit verschil niet. En dat komt bóvenop het gewone risico dat elke vrouw sowieso al heeft. Het is dus een reëel risico, maar voor de meeste vrouwen klein. En je ziet meteen hoeveel de soort therapie uitmaakt.

En hier wordt het fascinerend. Oestrogeen alléén is een heel ander verhaal dan de combinatie. In de grote gerandomiseerde Amerikaanse trial bleek oestrogeen alleen (bij vrouwen zonder baarmoeder) zelfs samen te hangen met mínder borstkanker én minder sterfte daaraan. Observationele studies zien soms een heel kleine stijging, de trial ziet een daling, en eerlijk: experts discussiëren hier nog over. Maar de simpele leus “oestrogeen = borstkanker” klopt dus niet.

Baarmoederkanker. Hier zit de keerzijde. Oestrogeen alleen bij een vrouw mét baarmoeder verhoogt juist het risico op kanker van het baarmoederslijmvlies. Daarom wordt dat progestageen toegevoegd: niet als bijzaak, maar als bescherming.

En de grote getallen? Toen onderzoekers diezelfde vrouwen achttien jaar lang volgden, bleek hormoontherapie níet samen te hangen met meer sterfte, niet in totaal, niet aan hart- en vaatziekten, niet aan kanker. Dat is een belangrijke, geruststellende voetnoot bij alle koppen.

Het draait om timing. Vroeger dacht men dat hormonen het hart altijd beschermden. Te simpel, bleek. Nu denken we genuanceerder: begin je rond de overgang (onder de 60, binnen zo’n tien jaar na je laatste menstruatie), dan is de balans meestal gunstig. Begin je veel later, dan wordt het voordeel kleiner en het risico groter. In een trial waarin vrouwen estradiol kregen, remde dat de aderverkalking alleen af wanneer het kort ná de menopauze werd gestart, niet als het tien jaar later begon. Het juiste moment doet ertoe.

De echte boodschap van dit hoofdstuk is dus geen ja of nee. Het is: het hángt ervan af, van de soort, de dosis, de duur, de toedieningsvorm, het moment, en bovenal van jou. Dit is maatwerk. Een gesprek met je arts, geen oordeel van een blog.

En als je geen hormonen wilt of kunt?

Goed nieuws: er is meer dan hormonen alleen. Sommige antidepressiva in lage dosering verminderden opvliegers in onderzoek met ongeveer de helft (tegenover zo’n 30% met placebo). Er is het nieuwe middel dat rechtstreeks op dat thermostaat-circuit in de hersenen aangrijpt. En cognitieve gedragstherapie hielp vrouwen aantoonbaar beter slapen en beter ómgaan met de klachten. Geen wondermiddelen, wel echte opties, die je samen met je arts kunt afwegen.

Oudere vrouw in gedachten bij vragen over veroudering, vruchtbaarheid en de evolutionaire betekenis van de menopauze

De diepere laag: waarom bestaat de overgang eigenlijk?

Nu een vraag die je zelden hoort, en die ik prachtig vind.

Bijna alle vrouwelijke zoogdieren blijven vruchtbaar tot vlak voor hun dood. Mensen niet. Vrouwen leven vaak nog tientallen jaren ná de menopauze — gezond, actief, aanwezig. Evolutionair is dat raar. Waarom zou de natuur zoveel energie steken in vrouwen die geen kinderen meer krijgen?

Eén van de mooiste antwoorden heet de grootmoeder-hypothese. Het idee: oudere vrouwen waren juist enorm waardevol. Door te zorgen, te voeden en kennis door te geven, vergrootten zij de overlevingskansen van hun kleinkinderen en de vruchtbaarheid van hun dochters. Zo werd een lang leven ná de vruchtbaarheid niet afgestraft door de evolutie, maar beloond. Die decennia zijn geen restje, geen vergissing van de natuur. Ze lijken onderdeel van het ontwerp.

Vrolijke oudere vrouw symboliseert de tweede levensfase na de menopauze

Met andere woorden: de menopauze is misschien niet het einde van iets. Het is het begin van een tweede fysiologische levensfase, een tweede bedrijf, met een ander register, maar met minstens evenveel betekenis.

Tot slot

De overgang speelt zich niet alleen af in de eierstokken. Ze speelt zich af in je hele lichaam, tot in de vingers waarmee je ’s morgens je koffiekop optilt. En ze is geen test van karakter. Je hoeft geen medaille te verdienen voor afzien.

Sommige vrouwen hebben nauwelijks klachten. Andere hebben echt hulp nodig. Beide zijn normaal. Goede zorg begint niet bij de vraag of klachten er “nu eenmaal bij horen”, maar bij de vraag hoeveel ze jouw leven beïnvloeden. Als het antwoord “veel” is, is dat een volkomen geldige reden om hulp te zoeken, bij je huisarts of gynaecoloog.

Oudere vrouw kijkt naar het avondlicht en symboliseert een nieuwe levensfase na de menopauze

Je lichaam is niet kapot. Het stelt zich opnieuw af. En soms kan de wetenschap helpen om dat nieuwe evenwicht wat sneller en wat comfortabeler te vinden.

Wat zou er veranderen als we de overgang niet zouden zien als het wegebben van iets, maar als het begin van een tweede bedrijf — eentje waar de natuur, al die millennia, blijkbaar bewust ruimte voor heeft gemaakt?

Verder lezen


Belangrijk: dit artikel deelt algemene wetenschap, geen persoonlijk medisch advies. Overweeg je hormoontherapie of een ander middel, twijfel je over klachten, of gebruik je medicijnen? Bespreek het met je huisarts of gynaecoloog. Zij kunnen kijken naar jóuw situatie, jouw voorgeschiedenis en jouw risico’s, dat kan een blog niet.


Bronnen

Wetenschappelijke artikelen geraadpleegd via PubMed.

  • The 2022 Hormone Therapy Position Statement of The North American Menopause Society. Menopause. 2022;29(7):767–794. https://doi.org/10.1097/GME.0000000000002028
  • Collaborative Group on Hormonal Factors in Breast Cancer. Type and timing of menopausal hormone therapy and breast cancer risk: individual participant meta-analysis of the worldwide epidemiological evidence. The Lancet. 2019;394(10204):1159–1168. https://doi.org/10.1016/S0140-6736(19)31709-X
  • Chlebowski RT, Anderson GL, Aragaki AK, et al. Association of Menopausal Hormone Therapy With Breast Cancer Incidence and Mortality During Long-term Follow-up of the Women’s Health Initiative Randomized Clinical Trials. JAMA. 2020;324(4):369–380. https://doi.org/10.1001/jama.2020.9482
  • Manson JE, Aragaki AK, Rossouw JE, et al. Menopausal Hormone Therapy and Long-term All-Cause and Cause-Specific Mortality: The Women’s Health Initiative Randomized Trials. JAMA. 2017;318(10):927–938. https://doi.org/10.1001/jama.2017.11217
  • Hodis HN, Mack WJ, Henderson VW, et al. Vascular Effects of Early versus Late Postmenopausal Treatment with Estradiol. New England Journal of Medicine. 2016;374(13):1221–1231. https://doi.org/10.1056/NEJMoa1505241
  • Simpson ER. Sources of estrogen and their importance. Journal of Steroid Biochemistry and Molecular Biology. 2003;86(3–5):225–230. https://doi.org/10.1016/s0960-0760(03)00360-1
  • Freeman EW, Sammel MD, Lin H, et al. Symptoms associated with menopausal transition and reproductive hormones in midlife women. Obstetrics & Gynecology. 2007;110(2 Pt 1):230–240. https://doi.org/10.1097/01.AOG.0000270153.59102.40
  • Miragem AA, Homem de Bittencourt PI. Nitric oxide–heat shock protein axis in menopausal hot flushes. Human Reproduction Update. 2017;23(5):600–628. https://doi.org/10.1093/humupd/dmx020
  • Lederman S, Ottery FD, Cano A, et al. Fezolinetant for treatment of moderate-to-severe vasomotor symptoms associated with menopause (SKYLIGHT 1): a phase 3 randomised controlled study. The Lancet. 2023;401(10382):1091–1102. https://doi.org/10.1016/S0140-6736(23)00085-5
  • Tankó LB, Søndergaard B-C, Oestergaard S, Karsdal MA, Christiansen C. An update review of cellular mechanisms conferring the indirect and direct effects of estrogen on articular cartilage. Climacteric. 2008;11(1):4–16. https://doi.org/10.1080/13697130701857639
  • Ozcivit IB, Erel CT, Durmusoglu F. Can fibromyalgia be considered a characteristic symptom of climacterium? Postgraduate Medical Journal. 2023;99(1170):244–251. https://doi.org/10.1136/postgradmedj-2021-140336
  • Burstein HJ. Aromatase inhibitor-associated arthralgia syndrome. The Breast. 2007;16(3):223–234. https://doi.org/10.1016/j.breast.2007.01.011
  • Chang JR, Fu S-N, Li X, et al. The differential effects of sleep deprivation on pain perception in individuals with or without chronic pain: a systematic review and meta-analysis. Sleep Medicine Reviews. 2022;66:101695. https://doi.org/10.1016/j.smrv.2022.101695
  • Shojaa M, von Stengel S, Kohl M, Schoene D, Kemmler W. Effects of dynamic resistance exercise on bone mineral density in postmenopausal women: a systematic review and meta-analysis. Osteoporosis International. 2020;31(8):1427–1444. https://doi.org/10.1007/s00198-020-05441-w
  • Reed SD, LaCroix AZ, Anderson GL, et al. Lights on MsFLASH: a review of contributions. Menopause. 2020;27(4):473–484. https://doi.org/10.1097/GME.0000000000001461
  • Hawkes K, Coxworth JE. Grandmothers and the evolution of human longevity: a review of findings and future directions. Evolutionary Anthropology. 2013;22(6):294–302. https://doi.org/10.1002/evan.21382
  • Hawkes K, O’Connell JF, Blurton Jones NG, Alvarez H, Charnov EL. Grandmothering, menopause, and the evolution of human life histories. Proceedings of the National Academy of Sciences. 1998;95(3):1336–1339. https://doi.org/10.1073/pnas.95.3.1336

Reacties

Geef een reactie

Ontdek meer van withilhama

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder