Misschien herken je dit. Je hangt een theezakje in je mok, giet er kokend water op, en kijkt hoe de kleur langzaam verandert. Het ene zakje is doorzichtig en zijdeachtig — een “luxe” piramide. Het andere is helderwit. En soms staat er ongebleekt op, en voelt het zakje bruinig en ruw. Je denkt heel even: ongebleekt… is dat dan goedkoper? Of juist beter? En wat drink ik hier eigenlijk?
Ik vroeg het me ook af. We doen dit elke dag, soms meerdere keren. En juist bij iets wat zo gewoon is, loont het om één keer rustig te kijken wat er nu echt gebeurt.
Want hier zit de kern: als je een theezakje laat trekken, zet je niet alleen de blaadjes. Je zet ook het zakje. Heet water is een verrassend krachtig oplosmiddel — het trekt stofjes uit bijna alles wat je erin hangt. De vraag is dus niet alleen welke thee je drinkt, maar ook waar je die thee in laat weken.
Eerst: welk zakje heb je in handen?
De kleur en het materiaal vertellen je meer dan je denkt.
Een doorzichtig, zijdeachtig piramidezakje ziet er chic uit, maar is meestal van plastic — vaak nylon, PET of polypropyleen. Precies de “luxe” zakjes zijn dus vaak de plastic zakjes.
Een helderwit papieren zakje is gebleekt. Dat felle wit komt niet vanzelf; het papier is lichter gemaakt.
Een bruinig, ongebleekt zakje is juist niet gebleekt. En hier mag ik je intuïtie even bijsturen: ongebleekt betekent niet “goedkoop”. Het betekent meestal dat er een bleekstap is overgeslagen — dus minder chemie, niet minder kwaliteit. De goedkope, generieke zakjes zijn juist vaak de spierwitte.
Drie verschillende zakjes, drie verschillende verhalen. Laten we ze één voor één bekijken.
De plastic zakjes: het verhaal van de microplastics
In 2019 verscheen een studie die viraal ging. Onderzoekers van McGill University lieten één plastic theezakje trekken in water van 95 °C, en meldden dat er zo’n 11,6 miljard microplastics en 3,1 miljard nanoplastics uit één zakje in één kop thee terechtkwamen. Dat getal vloog de wereld over.
En hier komt het deel dat je online bijna nooit hoort. Dat getal is waarschijnlijk fors overschat. Het Duitse Bundesinstitut für Risikobewertung (BfR) en een wetenschappelijk commentaar herhaalden de meting en kwamen tot iets ongemakkelijks: door de manier waarop de monsters waren ingedroogd, werden opgeloste stofjes per ongeluk geteld alsof het plasticdeeltjes waren. Het werkelijke aantal échte microplastics lag waarschijnlijk twee tot drie ordes van grootte lager — duizenden in plaats van miljoenen. Slechts een paar procent van de getelde deeltjes was daadwerkelijk plastic.
Dat maakt het probleem niet wég. Plastic zakjes geven wel degelijk micro- en nanoplastics af, zeker bij hoge temperatuur. Een recentere studie uit 2024 (Universitat Autònoma de Barcelona) onderzocht zakjes van nylon-6, polypropyleen en cellulose, en zag opnieuw dat er bij het zetten enorme aantallen piepkleine deeltjes vrijkomen. Het nieuwe en spannende: in een laboratorium werden die deeltjes opgenomen door menselijke darmcellen — vooral door de slijmproducerende cellen — en sommige drongen zelfs tot in de celkern door.
Klinkt dat alarmerend? Dat snap ik. Maar hier moet ik eerlijk zijn, en dat is belangrijker dan een spannende kop. Dit zijn cellen in een schaaltje, geen mensen. Dát deeltjes worden opgenomen, betekent nog niet dát ze ons ziek maken, of bij welke hoeveelheid. De onderzoekers zeggen het zelf: we hebben dringend betere, gestandaardiseerde methodes nodig, en we weten nog niet wat langdurige blootstelling met ons doet. De eerlijke samenvatting is dus: de blootstelling is reëel, het effect op de gezondheid is nog onzeker.

De papieren zakjes: het verhaal van bleken en lijm
Papieren zakjes lijken de veilige keuze. En vaak zíjn ze dat ook meer — papier geeft geen microplastics af zoals plastic dat doet. Maar er spelen twee dingen die minder bekend zijn.
Het eerste is bleken. Wit papier werd vroeger met chloor gebleekt, en daarbij kunnen dioxines ontstaan, stoffen die bij langdurige, hoge blootstelling schadelijk zijn. Moderne fabrieken gebruiken meestal chloorvrije methodes (met zuurstof of waterstofperoxide), waardoor die chloorrestjes grotendeels verdwijnen. In netjes geproduceerd papier liggen de hoeveelheden meestal ruim onder de schadelijke grens. Ongebleekt papier omzeilt die vraag simpelweg helemaal.
Het tweede is minder bekend, en in mijn ogen interessanter: epichloorhydrine. Dat is een lijmachtige stof (een zogeheten wet-strength-hars) die aan veel theezakjespapier wordt toegevoegd, zodat het zakje niet uit elkaar valt in heet water. Handig, maar epichloorhydrine is door het internationale kankeronderzoeksinstituut IARC ingedeeld als “waarschijnlijk kankerverwekkend” (groep 2A), en het kan bij heet water in kleine hoeveelheden in je thee terechtkomen. En dit speelt bij gebleekt én ongebleekt papier, want het zit in de stevigheid van het papier, niet in de kleur.
Belangrijk om dit in verhouding te zien: het gaat om sporen, en bij occasioneel gebruik is het risico klein. De vraag wordt relevanter als je, zoals veel mensen, jaar in jaar uit elke dag meerdere koppen drinkt. Niet om bang van te worden — wel om bewust van te zijn.
Dan maar losse thee in een stalen zeefje?
Dit is, puur voor de verpakkingsvraag, de schoonste keuze. Een roestvrijstalen zeefje of theebal is inert: het geeft niets af aan je thee, het bevat geen plastic, geen bleek en geen lijm. Je laat alleen de blaadjes trekken — precies wat de bedoeling is.
Maar je voelde het waarschijnlijk al aankomen, en terecht: ook losse thee is niet automatisch “puur”. De blaadjes zelf kunnen restjes bestrijdingsmiddelen of zware metalen bevatten, afhankelijk van waar en hoe de thee is geteeld. Dat heeft niets met het zakje te maken en geldt net zo goed voor thee uit een zakje. Een stalen zeefje haalt dus de verpakkingsproblemen weg, maar maakt de thee zelf niet magisch schoner. Kwaliteit van de thee blijft een apart verhaal.

Wat neem ik hiervan mee
Geen paniek, wel een paar rustige inzichten.
De grootste vermijdbare combinatie is plastic plus hitte. Als er één simpele keuze is, is het deze: liever geen doorzichtige plastic piramidezakjes met kokend water. Een papieren zakje is op dat punt een stap rustiger, en losse thee in een stalen zeefje neemt de verpakkingszorgen helemaal weg.
En misschien is dat wel de mooiste les van dit hele onderwerp: een groot, eng getal in een kop is niet hetzelfde als een groot, eng risico voor jou. De wetenschap is hier nog volop aan het uitzoeken. Eerlijk zeggen wat we niet weten is geen zwakte — het is precies wat je mag verwachten van informatie die je vertrouwt.
Heb je gezondheidsklachten waarvan je je afvraagt of ze met voeding of blootstelling te maken hebben? Bespreek dat met je huisarts of een specialist. Deze blog is om je te helpen begrijpen, niet om medisch advies te geven.
Ik laat je achter met een zachte vraag. Welke dagelijkse gewoonte doe je eigenlijk op de automatische piloot — en wat zou er veranderen als je er één keer rustig naar kijkt?
Verder lezen
Bronnen
- Hernandez LM, et al. Plastic Teabags Release Billions of Microparticles and Nanoparticles into Tea. Environmental Science & Technology. 2019;53(21):12300–12310.
- Busse K, et al. Comment on “Plastic Teabags Release Billions of Microparticles and Nanoparticles into Tea”. Environmental Science & Technology. 2020. (Heranalyse door o.a. het Duitse BfR, dat de oorspronkelijke aantallen als sterk overschat beoordeelt.)
- Banaei G, et al. Teabag-derived micro/nanoplastics (true-to-life MNPLs) as a surrogate for real-life exposure scenarios. Chemosphere. 2024;368:143736.
- Estimated daily intake of epichlorohydrin and certain heavy metals of bagged and loose black teas. PMC, 2023. (Epichloorhydrine als wet-strength-stof; door IARC ingedeeld als groep 2A, “waarschijnlijk kankerverwekkend”.)
De gezondheidseffecten van micro- en nanoplastics bij mensen zijn nog niet vastgesteld; veel bevindingen komen uit laboratorium- en celonderzoek. Genoemde stoffen gaan over sporen, waarbij de relevantie vooral speelt bij langdurige, dagelijkse blootstelling.


Geef een reactie