Het begon bij een gouden kroonluchter op televisie. Zonder wiskunde uitgelegd: wat een bit is, wat een qubit is, wat het woord kwantum eigenlijk betekent, en waar in de hele keten zo’n machine ooit iets zou kunnen doen.
Foto bovenaan: Zoe-Rose Herbert / Department for Science, Innovation & Technology (DSIT), National Quantum Computing Centre, 25 oktober 2024, via Wikimedia Commons, CC BY 2.0. Deze versie is bijgesneden en omgezet naar WebP.
Jaren geleden zat ik voor de televisie en zag ik iets wat ik nooit meer ben vergeten.
Een enorme gouden kroonluchter. Glanzend koper, laag na laag, honderden kabeltjes die naar beneden liepen. Het zag eruit als een kunstwerk. Dít, werd erbij gezegd, is de kwantumcomputer. Onze toekomst. Wat ik precies zag, werd niet uitgelegd.
En in dezelfde adem klonk het tweede deel: dat cybercriminelen hiermee een enorme kans zouden krijgen, en dat straks alles gehackt kan worden.
Mijn eerste gedachte was intussen nogal praktisch. Prachtig ding. Alleen, als ze het niet wat compacter krijgen, past het nooit onder mijn bureau.

Foto: Dev Jadiya, IBM Quantum Computer Demo tijdens ITU-WTSA 2024 in Delhi, 15 oktober 2024, via Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0. Omgezet naar WebP; deze versie wordt onder dezelfde licentie gedeeld.
Dat beeld ging in 2019 de wereld over. Op 8 januari presenteerde IBM de Q System One op CES, de grote elektronicabeurs in Las Vegas. De glazen kubus was bijna drie meter hoog. De vitrine was gebouwd door Goppion, dat ook vitrines maakte voor de Britse kroonjuwelen en de Mona Lisa. In oktober haalde Google het nieuws met een andere kwantumprocessor. Die voerde een speciale rekentaak uit waarvoor volgens Googles toenmalige schatting een supercomputer ongeveer tienduizend jaar nodig zou hebben. Verderop zie je waarom die vergelijking later veranderde.
Twee dingen uit die uitzending bleken later half waar.
Ja, die gouden toren is inderdaad vooral een koelkast.
Nee, hij gaat niet alles hacken.
Dit artikel legt uit hoe het wél zit. Van de grond af, zonder wiskunde. En het begint niet bij de kwantumcomputer, maar bij de computer die je nu voor je hebt.
Je typt: “De beste plekken in Japan?” Wat gebeurt er dan?
Even later staat er een antwoord op je scherm. Tussen jouw vinger en dat antwoord liggen mogelijk duizenden kilometers en miljarden piepkleine schakelaars. We volgen de reis in zeven stappen.

1. Je drukt op een toets.
Onder elke toets zit een schakelaartje. Je toetsenbord verstuurt niet letterlijk de letter D. Het verstuurt een code die zegt welke fysieke toets je hebt ingedrukt. De software combineert die code met je toetsenbordinstelling en maakt er een d of D van.
2. De letter wordt een nummer.
Computers gebruiken afgesproken tabellen waarin ieder teken een nummer krijgt. In de bekende ASCII- en Unicode-indeling is hoofdletter D nummer 68, kleine d nummer 100, kleine e nummer 101, een spatie nummer 32 en een vraagteken nummer 63. Hoofdletters en kleine letters zijn dus verschillende tekens met een eigen nummer.
Dit werkt als een garderobe. Jij geeft je jas af en krijgt kaartje 68. Het kaartje ís je jas niet, maar door de afspraak weet de medewerker welke jas erbij hoort.
3. Het nummer wordt bits.
Een bit kan twee waarden hebben: 0 of 1. Die nullen en enen zweven niet door je computer. Het zijn onze namen voor twee duidelijk te onderscheiden fysieke toestanden. In een chip kan dat bijvoorbeeld een lage of hogere elektrische spanning zijn. In een glasvezelkabel kunnen patronen van lichtpulsen de bits overbrengen.
Het begin van jouw zin ziet er zo uit:
d = 01100100e = 01100101spatie = 00100000b = 01100010
Jij leest de b. In dit vereenvoudigde voorbeeld verwerkt de computer daarvoor 32 bits: vier groepjes van acht.

4. De letters verschijnen.
Je scherm bestaat uit miljoenen piepkleine lampjes. Elk beeldpuntje heeft er meestal drie: rood, groen en blauw. Door die drie feller of zwakker te maken ontstaat elke kleur.
Daarmee is meteen een vraag beantwoord die vaak blijft hangen: die lichtpuntjes zijn precies wat jij ziet. Er staat geen letter in je computer. Er branden lampjes in een patroon dat jouw oog als letter herkent. Ga maar eens met je neus vlak bij je scherm zitten, dan zie je ze afzonderlijk.
5. Je drukt op Enter.
Pas wanneer je op Enter of op de verzendknop drukt, stuurt de app je vraag naar buiten. De verbinding is normaal gesproken versleuteld. De netwerksoftware verdeelt de gegevens in kleine, genummerde pakketjes en zet er het digitale bestemmingsadres bij.
6. Je vraag reist.
Via wifi worden de bits overgebracht met radiosignalen. Daarna kunnen ze verder reizen als elektrische signalen door kabels of als lichtpulsen door glasvezel. Netwerkapparaten onderweg kijken vooral waar de pakketjes naartoe moeten. Bij de server worden ze weer in de juiste volgorde gezet.
7. Een server rekent, en het antwoord komt terug.
Binnen het beveiligde computersysteem wordt je zin in kleine tekststukjes verdeeld. Een AI-model berekent vervolgens stap voor stap welk volgend tekststukje waarschijnlijk het beste past. Het antwoord wordt opnieuw omgezet in bits en via het netwerk naar jouw scherm gestuurd.
De hele reis:
je vinger → toets → nummer → bits → internet → server →berekening → bits → internet → letters → lichtpuntjes op je scherm
Bijna alles wat een computer doet, bestaat uit een lange rij kleine omzettingen. Razendsnel, maar altijd volgens aangeleerde of geprogrammeerde regels. De hardware begrijpt Japan niet zoals jij dat doet. Op het diepste niveau verandert zij fysieke schakelaars van toestand.
Waarom heet dat eigenlijk een bit?
Bit is een verkorting van binary digit: een binair cijfer. Binary betekent dat er twee mogelijkheden zijn; digit betekent cijfer.
De wiskundige John Tukey stelde het woord bit voor. Claude Shannon gebruikte het in zijn beroemde publicatie uit 1948 en vermeldde er uitdrukkelijk bij dat het woord van Tukey kwam. Dat artikel werd een fundament onder de moderne informatietheorie. Shannon schrijft dit zelf in zijn oorspronkelijke publicatie (Shannon, 1948).
Zo begonnen alle nullen en enen ter wereld: met een afkorting.

Visualisatie: National Institute of Standards and Technology (NIST), “Qubits”, 6 juli 2009, via Wikimedia Commons. Publiek domein in de Verenigde Staten; NIST vraagt om passende bronvermelding. Omgezet naar WebP.
Nu pas dat andere woord: kwantum
Denk aan een glijbaan en een trap.
Op een glijbaan kun je op elke hoogte zitten. Een centimeter hoger, een halve centimeter lager, alles ertussenin kan.
Op een trap niet. Je staat op de ene trede of op de volgende. Er is geen halve trede.
In de allerkleinste wereld gedraagt de natuur zich soms als die trap. Sommige dingen veranderen niet vloeiend, maar in vaste stapjes.
Zo’n afzonderlijk toegestaan stapje noemen natuurkundigen een kwantum.
Een kwantum is dus geen mysterieus doosje of los voorwerp. Het woord pakketje is alleen een beeld. Het betekent dat een bepaalde hoeveelheid in die situatie niet iedere tussenwaarde kan aannemen.
Waar is die kwantumwereld dan?
Niet op een andere planeet. Niet in een parallel universum. Het is gewoon onze wereld, van heel dichtbij bekeken.
Je stoel bestaat uit moleculen, moleculen uit atomen, en in en rond die atomen zitten nog kleinere deeltjes. Op dat niveau gedragen dingen zich anders dan stoelen en voetballen.
Een voetbal ligt op één plek en rolt één kant op. Een piepklein deeltje kan zich ook gedragen als een golf. En een golf ligt niet netjes op één plek, die verspreidt zich.
Wij vinden dat vreemd. De natuur niet. Wij vinden het vreemd omdat wij groot zijn en ons hele leven naar tafels en fietsen kijken.

Hoe weten we dat die wereld echt bestaat?
Je ziet de wind ook niet. Je ziet de bladeren bewegen.
Zo ging het hier ook. Rond 1900 liepen natuurkundigen tegen metingen aan die met de oude regels niet klopten.
- Max Planck ontdekte dat energie niet vloeiend wordt afgegeven, maar in die stapjes. Hij kreeg er de Nobelprijs voor, met als motivering: de ontdekking van de energiekwanta.
- Albert Einstein gebruikte het idee van lichtkwanta om het foto-elektrisch effect te verklaren: het verschijnsel waarbij licht elektronen uit een materiaal kan losmaken. Zijn Nobelprijs voor Natuurkunde van 1921 noemde officieel vooral zijn ontdekking van de wet van dit effect — niet zijn relativiteitstheorie (officiële Nobelprijsvermelding).
- Louis de Broglie stelde in 1924 iets voor wat toen bijna niemand geloofde: dat ook materie zich als een golf kan gedragen. Vijf jaar later kreeg hij de Nobelprijs, nadat proeven met elektronen hem gelijk gaven.
Het beslissende punt is dit: met die nieuwe regels konden onderzoekers vooraf voorspellen wat een nieuwe proef zou opleveren. En het klopte. Keer op keer, tot vandaag.
We geloven de kwantumwereld dus niet omdat iemand een mooi verhaal vertelde. We weten het omdat de voorspellingen uitkomen, en omdat je zonder die regels geen transistor, geen laser en geen ledlamp had kunnen bouwen. Je gebruikt kwantumnatuurkunde de hele dag zonder erbij stil te staan.
Wat is een qubit?
Qubit is de samentrekking van quantum bit: een kwantumcijfer. Het woord werd in 1995 opgeschreven door de natuurkundige Benjamin Schumacher.
Wanneer je een qubit uitleest, krijg je uiteindelijk gewoon een 0 of een 1.
Vóór die meting kan de qubit zich in een superpositie bevinden: een bestuurbare, golfachtige combinatie waarin zowel 0 als 1 meespelen. Dat betekent niet dat er twee complete antwoorden in verstopt zitten. Je kunt de twee uitkomsten niet even openen en allebei lezen.
De superpositie alleen levert nog geen wonderlijke rekenkracht op. De winst ontstaat pas wanneer een geschikt algoritme die kwantumgolven zo stuurt dat onbruikbare uitkomsten elkaar verzwakken en nuttige uitkomsten waarschijnlijker worden.
Waarom qubits kunnen draaien, en waarom dat ertoe doet
Het woord draaien wordt bij qubits op twee manieren gebruikt.
Soms gaat het over spin. Dat is een natuurkundige eigenschap van een deeltje, zoals massa en elektrische lading. Een elektron is daarbij niet letterlijk een tolletje dat om zijn as draait. De naam komt uit de wiskunde waarmee die eigenschap wordt beschreven.
Vaker bedoelen onderzoekers dat de toestand van een qubit verandert. Ze tekenen die toestand als een punt op een denkbeeldige bol. De noordpool staat voor 0, de zuidpool voor 1 en de andere punten staan voor verschillende superposities.
Een zorgvuldig afgestemde puls verplaatst dat punt. Zo’n verandering heet een kwantumpoort: één rekenstap van een kwantumcomputer. Een hele reeks van zulke veranderingen vormt de berekening.
Meten heeft niets met kijken te maken
Je hoort vaak dat een kwantumdeeltje “verandert als je ernaar kijkt”. Daar wordt van alles bij gefantaseerd over bewustzijn en gedachten die de werkelijkheid vormen.
Zo werkt het niet.
Met meten bedoelen natuurkundigen een fysieke wisselwerking tussen de qubit en een meetapparaat. De meting levert een gewone uitkomst op: 0 of 1. De eerdere superpositie kun je daarna niet nog eens uitlezen. Een mens hoeft de uitslag niet te bekijken; bewustzijn speelt hierbij geen noodzakelijke rol.

De truc: laat de verkeerde antwoorden elkaar uitdoven
Gooi eerst twee steentjes in een vijver.
Beide maken kringen. Waar die kringen elkaar tegenkomen gebeurt er iets: twee golfbergen samen maken een hógere golf, maar een golfberg en een golfdal werken elkaar juist wég. Daar wordt het water bijna vlak.
Golven kunnen elkaar dus versterken of uitdoven. Precies dat gebeurt ook in de ruisonderdrukking van een koptelefoon: het kastje maakt een tweede geluidsgolf die het lawaai wegwerkt.
En nu het beeld waar dit hele artikel om draait.
Stel je een zaal voor met duizend stemmen. Iedere stem staat voor een mogelijke uitkomst.
Bij een ongestructureerde zoekopdracht moet een gewone computer de kandidaten één voor één controleren. Een kwantumalgoritme werkt anders. Het bestuurt de golfpatronen die bij de mogelijke uitkomsten horen.
Sommige golfpatronen worden zo gestuurd dat ze elkaar verzwakken. Andere versterken elkaar. De gezochte uitkomst blijft meestal niet als enige stem over, maar kan wel veel luider worden dan de rest. Daardoor wordt de kans groter dat je juist die uitkomst meet.
De berekening wordt daarom meerdere keren uitgevoerd. Komt dezelfde uitkomst opvallend vaak terug, dan wordt dat patroon zichtbaar.
Hier zit ook meteen de beperking. Het roepen is niet moeilijk. Het regisseren is moeilijk. Voor de meeste problemen kennen we geen kwantumrecept dat de stemmen op een nuttige manier laat samenwerken.
Wie geeft de qubit dat duwtje?
Afhankelijk van het type qubit gebruikt de machine microgolven, laserlicht of magnetische signalen. De kracht, duur en timing van iedere puls moeten heel precies kloppen.
Veel mensen denken dat het algoritme de qubit in beweging zet. Daar zit nog een stap tussen. Vergelijk het met een orkest:
- Het algoritme is de bladmuziek.
- De gewone computer ernaast is de dirigent.
- De pulsen zijn de aanwijzingen.
- De qubits zijn de instrumenten.
Bladmuziek maakt zelf geen geluid. Er moet altijd iets zijn dat het recept omzet in echte, fysieke signalen.
Een qubit kan wel degelijk van 0 naar 1 worden omgeklapt. Het bijzondere is dat pulsen hem ook naar allerlei superposities kunnen sturen. Je bestuurt dus niet alleen een eindantwoord, maar de volledige kwantumtoestand. Daarna wordt de berekening vaak vele malen herhaald, zodat een gewone computer kan zien welke uitkomsten het vaakst voorkomen.

Foto: Ragsxl, werkende IQM-kwantumcomputer in Espoo, Finland, 21 augustus 2020, via Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0. Deze versie is bijgesneden, verkleind en omgezet naar WebP en wordt onder dezelfde licentie gedeeld.
Terug naar die gouden kroonluchter
Nu is te zien wat er die avond op televisie stond.
Bij dit type supergeleidende kwantumcomputer is de gouden constructie vooral een koelinstallatie met veel bedrading. Ze houdt de kleine processor onderin extreem koud en brengt de bestuurlijke signalen naar de chip waarop de qubits zitten.
Eromheen staat aanzienlijk meer: kasten vol elektronica, versterkers, meetapparatuur en gewone computers die het geheel besturen. Machines die met losse atomen of lichtdeeltjes werken zien er bovendien totaal anders uit. De gouden toren is één bouwwijze, niet dé kwantumcomputer.
Voor gewone gebruikers wordt een kwantumcomputer geen apparaat voor onder het bureau. Zij zullen hem meestal via de cloud gebruiken, zoals nu al gebeurt. Grote bedrijven en onderzoeksinstellingen kunnen wel een eigen installatie op locatie hebben. Hoeveel van zulke systemen uiteindelijk nodig zijn, hangt af van hun kosten, capaciteit en werkelijk nuttige toepassingen. IBM biedt zowel cloudtoegang als systemen op locatie aan (IBM Quantum).
Eén hardnekkig misverstand is wel op te ruimen: een grotere koelkast levert geen krachtigere computer. Meer qubits vragen ook meer bedrading, meer besturing, meer koelvermogen en aanzienlijk meer foutcontrole.
Waar past zo’n machine in jouw vraag over Japan?
In deze vraag nergens, en dat zegt niets over de kwaliteit van de machine. Het zegt iets over geschiktheid.
Een kwantumcomputer begrijpt zelf geen Nederlands. Tekst kan technisch wel als kwantumdata worden gecodeerd, maar dat kost extra werk en levert bij een gewone taalvraag geen bekend voordeel op. Voor Wat zijn de beste plekken in Japan? blijft een gewone zoekmachine of AI het geschikte gereedschap.
Wordt de vraag zwaarder, dan verandert dat beeld pas voorzichtig. Bereken de beste route langs honderd Japanse plaatsen, met reistijden, prijzen, openingstijden en het weer. Ook dat is niet automatisch een kwantumklus, want gewone computers hebben daar al slimme methoden voor. Maar stel dat onderzoekers ooit één rekenonderdeel vinden waarvoor een kwantumrecept aantoonbaar beter werkt. Dan geeft een gewone server dat ene stukje door.
De keten wordt dan:
jouw vraag → gewone computer → gewone server →één speciaal rekenprobleem → qubits → metingen →gewone bits → gewone server → leesbaar antwoord → jouw scherm
Wat jij in handen hebt blijft van begin tot eind gewone techniek: een toetsenbord, een netwerk, een scherm. Alleen ergens diep in die keten wordt één rekenkundig zwaar onderdeel uitbesteed aan een machine die volgens andere natuurwetten werkt, en daar merk je aan de buitenkant niets van. Net zoals je bij het kijken van een video ook niet ziet welk onderdeel van je computer elk beeldje heeft uitgerekend.
Een kwantumcomputer is geen moedermotor die alles versnelt. Het is een hulpmotor voor één bijzonder zwaar stuk van de rit.

Wat wordt er dan wél sneller, en kunnen we een diagnose eerder stellen?
Een computer is niet in het algemeen “sneller”. Hij kan alleen sneller zijn voor een bepaalde, precies omschreven taak.
Zo werkt het hier ook. Je e-mail wordt niet sneller. Je foto’s worden niet mooier. Netflix start niet eerder op.
En kunnen we daardoor eerder een diagnose stellen? Het eerlijke antwoord is: dat is nog niet aangetoond.
Een systematische review uit 2025 onderzocht duizenden publicaties over quantum machine learning in de digitale gezondheidszorg. Van de 169 in aanmerking komende studies vielen er 123 af wegens onvoldoende methodologische striktheid, en bleven er slechts zestien over die realistische omstandigheden gebruikten: echte kwantumhardware of simulaties met ruis. De onderzoekers vonden geen consistent voordeel boven gewone algoritmen (Gupta et al., 2025).
Er bestaan dus experimenten en kleine demonstraties, maar nog geen klinisch bewezen keten waarin een kwantumcomputer patiënten aantoonbaar sneller of beter diagnosticeert. De huidige vooruitgang in het herkennen van medische beelden en patiëntgegevens komt vooral van gewone computers met AI. Kwantumdiagnostiek is daarom voorlopig een onderzoeksrichting, geen bewezen klinisch resultaat.
Waar het voor de geneeskunde wél om zou kunnen gaan, ligt een stap eerder in de keten: bij het molecuul zelf.
Moleculen bestaan uit deeltjes die onderling volgens kwantumregels op elkaar reageren. Om zo’n molecuul na te bootsen, moet een gewone computer een enorm aantal mogelijke gezamenlijke toestanden bijhouden.
Neem een sterk vereenvoudigd voorbeeld waarin ieder onderdeel twee mogelijkheden heeft. Bij tien onderdelen ontstaan 1.024 combinaties. Bij dertig zijn het er al meer dan een miljard. Bij honderd kom je uit op een getal met 31 cijfers. Echte moleculaire berekeningen zijn ingewikkelder; niet ieder toegevoegd deeltje verdubbelt automatisch het werk. De kern blijft wel dat het aantal mogelijkheden vaak razendsnel, soms exponentieel, groeit.
In zo’n vereenvoudigd verdubbelingsmodel komt een computer die duizend keer sneller is maar ongeveer tien onderdelen verder. Dat is niet gewoon een snelheidsprobleem. Het is een muur die steeds sneller hoger wordt.
Precies dit zag natuurkundige Richard Feynman in 1982 al. Zijn redenering was even simpel als brutaal: als de kleine wereld volgens kwantumregels speelt, bouw je rekenmachine dan van hetzelfde spul, dan hoef je niets te vertalen. Paul Benioff had twee jaar eerder al laten zien dat je een computer wiskundig als kwantumsysteem kunt beschrijven, en David Deutsch schreef in 1985 op hoe zo’n machine er in theorie uit zou zien.
Van Feynmans voorstel tot de experimentele machines van vandaag zijn ruim veertig jaar verstreken. We hebben inmiddels werkende kwantumprocessors, maar nog geen breed inzetbare, fouttolerante kwantumcomputer. Dat is geen mislukking. Zo langzaam kan fundamentele technologie groeien.
Twee beroemde algoritmen laten zien wat er in theorie mogelijk is. Peter Shor beschreef een kwantumalgoritme dat grote getallen efficiënt kan ontbinden en ook bepaalde verwante wiskundige problemen kan oplossen. Daarmee bedreigt het onder andere RSA, Diffie–Hellman en elliptische-krommecryptografie. Dat zijn belangrijke onderdelen van internetbeveiliging, maar niet alle versleuteling.
Lov Grover liet zien dat zoeken in een ongesorteerde verzameling van een miljoen mogelijkheden ongeveer duizend controles kan vragen, tegenover gemiddeld ongeveer een half miljoen klassieke controles. Dat zijn in dit vereenvoudigde voorbeeld honderden malen minder controles. Het betekent niet automatisch dat de volledige berekening aan de muurklok evenveel sneller wordt.
Waarom hebben we hem dan nog steeds niet?
Omdat qubits gemakkelijk worden verstoord. Afhankelijk van de gebruikte techniek kunnen warmte, trillingen, elektromagnetische ruis, materiaalgebreken of energierijke deeltjes fouten veroorzaken voordat de berekening klaar is.
Daarom bouwen onderzoekers logische qubits: beter beschermde kwantuminformatie die over meerdere fysieke qubits wordt verdeeld. Die fysieke qubits helpen fouten op te sporen en te corrigeren. Logisch betekent nog niet automatisch foutloos.
In december 2024 publiceerde Google Quantum AI een belangrijke stap met de Willow-processor. Wanneer de beschermende code groter werd gemaakt, daalde de foutkans per correctiecyclus met iets meer dan de helft. Groter maken hielp dus werkelijk.
Voor het grootste logische kwantumgeheugen in dit experiment waren 101 fysieke qubits nodig. Toch bleef er gemiddeld ongeveer 0,143 procent fout per correctiecyclus over — grofweg één fout per zevenhonderd cycli. Dit was een belangrijke mijlpaal, maar nog geen volledig betrouwbare qubit waarmee je lange praktische berekeningen kunt uitvoeren (Nature-onderzoek, inclusief de in 2026 verwerkte correctie).
De onderzoekers schrijven het zelf, in hun eigen artikel:
Er liggen nog ordes van grootte tussen de huidige foutkansen op logisch niveau en wat er nodig is voor praktisch bruikbaar kwantumrekenen.
— Google Quantum AI and Collaborators, Nature (2025), eigen vertaling
John Preskill gaf deze fase in 2018 de naam NISQ: Noisy Intermediate-Scale Quantum. Daarmee bedoelde hij middelgrote kwantumcomputers waarvan de ruis nog beperkt hoe lang ze betrouwbaar kunnen rekenen. Volgens Preskill kunnen zulke machines wetenschappelijk nuttig zijn, maar veranderen ze de wereld niet onmiddellijk (Preskill via Caltech).
Voor je de volgende krantenkop leest
Terug naar die aankondiging van Google uit oktober 2019. Hun processor had een taak in ongeveer 200 seconden gedaan waarvan zij schatten dat de snelste gewone supercomputer er tienduizend jaar over zou doen.
Drie jaar later ontwikkelden Feng Pan, Keyang Chen en Pan Zhang (natuurkundigen van het Instituut voor Theoretische Fysica van de Chinese Academie van Wetenschappen in Peking) een klassieke methode voor het samplingprobleem achter de Sycamore-benchmark. Met een cluster van 512 grafische processors konden zij in ongeveer vijftien uur uitkomsten genereren met de beoogde nauwkeurigheid (Physical Review Letters).
De oorspronkelijke kwantumberekening werd daardoor niet fout. Wat veranderde, was de klassieke vergelijking: onderzoekers hadden ondertussen een veel slimmere manier gevonden om de benchmark na te bootsen.
Lees je dus ergens dat een kwantumcomputer “iets deed wat miljoenen jaren zou kosten”, stel dan niet de vraag hoe snel hij was, maar: welke taak precies, waarmee vergeleken, en door wie nagerekend?
En die angst uit die tv-uitzending?
Die was niet uit de lucht gegrepen, maar ook niet zoals hij klonk.
“Alles kan gehackt worden” is niet waar. Shors algoritme bedreigt vooral publieke-sleutelsystemen zoals RSA, Diffie–Hellman en elliptische-krommecryptografie. Die worden onder andere gebruikt om veilig sleutels uit te wisselen en digitale handtekeningen te controleren.

De gegevens zelf worden daarna meestal beschermd met symmetrische versleuteling, zoals AES. Shors algoritme breekt AES niet. Grovers algoritme kan zulke sleutelzoektochten in theorie versnellen, maar het praktische voordeel is veel beperkter. De beveiliging van wifi en harde schijven verdwijnt dus niet plotseling volledig.
Een kwantumcomputer die de huidige grote cryptografische sleutels werkelijk kan breken, bestaat voor zover publiek bekend nog niet. Niemand kan betrouwbaar voorspellen of de resterende afstand jaren of decennia bedraagt (actuele NIST-uitleg).
Maar de zorg is reëel genoeg dat er wereldwijd al aan een oplossing wordt gewerkt, stil en achter de schermen. Wat dat betekent voor je werk, je gegevens en je privacy, en waarom deskundigen zeggen dat daar nu al iets moet gebeuren, is te groot voor dit artikel. Dat wordt een apart stuk, ergens in de toekomst.
Het gekste komt nu
Natuurkundigen kunnen tot ver achter de komma voorspellen wat een kwantumsysteem gaat doen. Ze bouwen er machines mee. Ze corrigeren er fouten in.
Maar vraag natuurkundigen wat de wiskunde van een meting precies over de werkelijkheid vertelt, en je krijgt verschillende interpretaties. Over de meetbare voorspellingen zijn ze het eens. Over het verhaal achter die voorspellingen niet altijd.
Ze kunnen uiterst precies berekenen wat je zult meten, zonder dat iedereen hetzelfde antwoord geeft op de vraag wat er achter de schermen “werkelijk” gebeurt.
En toch werkt het.
Dat is geen schande, en je doet het zelf ook. Je weet niet hoe je telefoon een foto in twee seconden naar de andere kant van de wereld stuurt. Je stuurt hem toch.
Van Socrates kennen we de zin ik weet dat ik niets weet. Hij heeft dat waarschijnlijk nooit zo kort gezegd; het is een latere samenvatting, en daar schreef ik eerder over in Je bent wat je herhaaldelijk doet. Maar de houding erachter klopt nog steeds, en die is veel eenvoudiger dan de slogan:
Doe niet alsof je weet wat je niet weet.
Meer is het niet. En het is precies wat de knapste mensen in dit vakgebied doen wanneer ze in hun eigen artikel opschrijven dat er nog ordes van grootte te gaan zijn.
Als je niet alles bij de eerste lezing volledig vatte, betekent dat niet dat je hebt gefaald. De techniek is moeilijk, zelfs wanneer de basis eenvoudig wordt uitgelegd. Begrijpen begint vaak niet met zekerheid, maar met één goede vraag die blijft hangen.
Een woord tot slot. Dit artikel is voor mij een lange reis geweest. Van die gouden kroonluchter op televisie naar wekenlang zoeken, lezen, vragen stellen en opnieuw beginnen, tot ik voldoende begreep om het in mijn eigen woorden te kunnen uitleggen. Dit vakgebied beweegt snel. Ik blijf het nieuws volgen en werk dit artikel bij zodra er iets wezenlijks verandert. Vind je een fout, of blijft er iets onduidelijk? Laat het me weten. Jouw vragen maken het volgende stuk beter.
Verder lezen
- Je bent wat je herhaaldelijk doet
- Intelligentie is niet genoeg
- Van homo erectus naar gamer: de échte wetenschap achter de paniek over schermen en kinderen
Bronnen
- Arute, F., Arya, K., Babbush, R., Bacon, D., Bardin, J. C., Barends, R., Biswas, R., Boixo, S., Brandao, F. G. S. L., Buell, D. A., Burkett, B., Chen, Y., Chen, Z., Chiaro, B., Collins, R., Courtney, W., Dunsworth, A., Farhi, E., Foxen, B., … Martinis, J. M. (2019). Quantum supremacy using a programmable superconducting processor. Nature, 574(7779), 505–510. https://doi.org/10.1038/s41586-019-1666-5
- Benioff, P. (1980). The computer as a physical system: A microscopic quantum mechanical Hamiltonian model of computers as represented by Turing machines. Journal of Statistical Physics, 22(5), 563–591. https://doi.org/10.1007/BF01011339
- Deutsch, D. (1985). Quantum theory, the Church–Turing principle and the universal quantum computer. Proceedings of the Royal Society A, 400(1818), 97–117. https://doi.org/10.1098/rspa.1985.0070
- Feynman, R. P. (1982). Simulating physics with computers. International Journal of Theoretical Physics, 21(6–7), 467–488. https://doi.org/10.1007/BF02650179
- Google Quantum AI and Collaborators. (2025). Quantum error correction below the surface code threshold. Nature, 638(8052), 920–926. https://doi.org/10.1038/s41586-024-08449-y
- Google Quantum AI and Collaborators. (2026). Author correction: Quantum error correction below the surface code threshold. Nature, 653, E5. https://doi.org/10.1038/s41586-026-10559-8
- Grover, L. K. (1996). A fast quantum mechanical algorithm for database search. In Proceedings of the Twenty-Eighth Annual ACM Symposium on Theory of Computing (pp. 212–219). Association for Computing Machinery. https://doi.org/10.1145/237814.237866
- Gupta, R. S., Wood, C. E., Engstrom, T., Pole, J. D., & Shrapnel, S. (2025). A systematic review of quantum machine learning for digital health. npj Digital Medicine, 8(1), Article 237. https://doi.org/10.1038/s41746-025-01597-z
- IBM. (n.d.). Quantum computing products and services. https://www.ibm.com/quantum/products
- Lardinois, F. (2019, 8 januari). IBM unveils its first commercial quantum computer. TechCrunch. https://techcrunch.com/2019/01/08/ibm-unveils-its-first-commercial-quantum-computer/
- National Institute of Standards and Technology. (2026, 16 juni). Post-quantum cryptography. https://csrc.nist.gov/Projects/post-quantum-cryptography/faqs
- Nobel Prize Outreach. (n.d.-a). The Nobel Prize in Physics 1918. https://www.nobelprize.org/prizes/physics/1918/summary/
- Nobel Prize Outreach. (n.d.-b). The Nobel Prize in Physics 1921. https://www.nobelprize.org/prizes/physics/1921/summary/
- Nobel Prize Outreach. (n.d.-c). The Nobel Prize in Physics 1929. https://www.nobelprize.org/prizes/physics/1929/summary/
- Pan, F., Chen, K., & Zhang, P. (2022). Solving the sampling problem of the Sycamore quantum circuits. Physical Review Letters, 129(9), Article 090502. https://doi.org/10.1103/PhysRevLett.129.090502
- Preskill, J. (2018). Quantum computing in the NISQ era and beyond. Quantum, 2, 79. https://doi.org/10.22331/q-2018-08-06-79
- Reiher, M., Wiebe, N., Svore, K. M., Wecker, D., & Troyer, M. (2017). Elucidating reaction mechanisms on quantum computers. Proceedings of the National Academy of Sciences, 114(29), 7555–7560. https://doi.org/10.1073/pnas.1619152114
- Schumacher, B. (1995). Quantum coding. Physical Review A, 51(4), 2738–2747. https://doi.org/10.1103/PhysRevA.51.2738
- Shannon, C. E. (1948). A mathematical theory of communication. The Bell System Technical Journal, 27(3), 379–423. https://doi.org/10.1002/j.1538-7305.1948.tb01338.x
- Shor, P. W. (1997). Polynomial-time algorithms for prime factorization and discrete logarithms on a quantum computer. SIAM Journal on Computing, 26(5), 1484–1509. https://doi.org/10.1137/S0097539795293172
Bronnen op deze site staan in APA-stijl, met DOI waar die beschikbaar is. Waarom ik daarvoor kies →











