Vrouw raakt met beide handen het donkere silhouet van een man aan.

Nooit tevreden: waarom je brein altijd meer wil

Over de knop in je hoofd die alles wat je krijgt terugzet op nul, en over de plekken waar die knop niet werkt.

Zet eens een lege kom op een keukenweegschaal. Het display springt aan. 340 gram, zegt hij. Dat is de kom.

Druk nu op de tarraknop. Het getal valt terug naar nul.

De kom staat er nog steeds. Hij is geen gram lichter geworden. Alleen telt hij niet meer mee. Vanaf nu weegt het apparaat alleen wat je er bovenop legt.

Je hoofd heeft zo’n knop. Elke keer als je iets krijgt waar je lang naar hebt verlangd, drukt hij hem in. Het huis. De baan. De telefoon in je zak, waar je maanden voor spaarde. Een paar weken telt het mee. Daarna wordt het je nieuwe nul.

Denk maar aan de laatste keer dat je iets kreeg waar je echt naar verlangde. Hoe lang voelde het bijzonder? Een week? Een maand? En wanneer merkte je dat je er niet meer naar keek?

Dat is de vraag van dit stuk. Waarom zakt bijna elk goed gevoel terug naar nul? En is dat een defect in je hoofd, of is het precies waarvoor je hoofd gebouwd is?

Het antwoord is minder somber dan je denkt. Het is ook rommeliger dan de populaire versie ervan. Een van de beroemdste studies uit dit vakgebied is de afgelopen jaren stevig tegengesproken. Die komt verderop aan bod.

De tarraknop in je hoofd

In 1971 schreven de Amerikaanse psychologen Philip Brickman en Donald Campbell een hoofdstuk over wat zij hedonisch relativisme noemden.1 Even in gewone taal: prettig en onprettig zijn geen vaste waarden. Ze worden altijd gemeten ten opzichte van waar je al aan gewend bent.

Je kent dat gevoel uit je ogen. Loop een donkere kamer binnen en je ziet niets. Wacht een minuut en je ziet de contouren van de meubels. Er is geen licht bij gekomen. Je meetlat is verschoven.

Precies dat doet je stemming ook. Hun idee kreeg later een naam die is blijven hangen: de hedonische tredmolen. Je loopt, je zweet, en je komt nergens aan.

Loop het eens na aan je eigen leven. De eerste maand in een nieuw huis loop je nog door de gang met het idee dat je iets bijzonders bezit. Na een half jaar is het de gang. Het loon dat je vijf jaar geleden een opluchting vond, is nu het bedrag waarvan de rekeningen af moeten. Er is niets afgenomen. De nul is opgeschoven.

Het is verleidelijk om dat cynisch te lezen. Toch legt de weegschaal uit waarom het geen straf is. Een weegschaal die niet kan tarreren, is bijna nutteloos. Hij zou je eeuwig de kom blijven melden. Wat je wil weten, is wat er nieuw bij komt.

Een hoofd dat niet kan tarreren, zou nooit meer iets nieuws opmerken. Het zou blijven juichen om de baan die je vorig jaar kreeg, terwijl er vandaag iets misgaat waar je op moet reageren. Vergeten dat je iets hebt, is de prijs voor het kunnen opmerken van wat er verandert.

Twee mensen zitten op een trap en kijken naar schaduwen, als beeld voor een brein dat zich telkens opnieuw op nul zet.

Dopamine meet geen geluk, dopamine meet het verschil

Blijft de vraag waar die knop dan zit.

De neurowetenschapper Wolfram Schultz mat in de jaren negentig de activiteit van losse dopaminecellen in het brein van apen.2 Wat hij vond, hoort tot de mooiste resultaten uit zijn vakgebied.

Krijgt een aap onverwacht een druppel sap, dan vuren die cellen een korte piek. Leert de aap dat een lampje het sap aankondigt, dan verschuift de piek naar het lampje. Krijgt hij daarna het sap precies zoals aangekondigd, dan gebeurt er niets. En blijft het sap uit, dan zakt de activiteit onder de rustlijn.

Heel eenvoudig gezegd: dopamine meet niet hoe lekker iets is. Dopamine meet het verschil tussen wat je verwachtte en wat je kreeg. Onderzoekers noemen dat de beloningsvoorspellingsfout. In een later overzichtsartikel beschrijft Schultz hetzelfde patroon bij mensen, apen en knaagdieren.3

Reken het eens na, zoals je wisselgeld natelt.

Je verwachtte een tientje en je krijgt een tientje. Verschil: nul.
Je verwachtte niets en je krijgt een tientje. Verschil: tien.
Je verwachtte een tientje en je krijgt vijf euro. Verschil: min vijf.

Het tientje is elke keer hetzelfde tientje. Wat verandert, is wat je ervan verwachtte. Daar is je tarraknop, in cellen. Zodra je brein iets heeft leren verwachten, weegt datzelfde iets nul.

Denk aan je eerste slok koffie op een ochtend dat je niet had verwacht dat er koffie was. En denk daarna aan de koffie van vanochtend, die er stond omdat hij er altijd staat. Dezelfde kop. Hetzelfde bakje. Alleen was de ene een verrassing en de andere een bevestiging. Je hoofd beloont verrassingen en negeert bevestigingen. Daarom voelt vooruitgang bijna altijd korter dan je hoopte.

En hier hoort meteen een correctie bij, want dit woord wordt bijna overal verkeerd gebruikt. Dopamine is niet het gelukshormoon.

De Amerikaanse psycholoog Kent Berridge liet met zijn collega Terry Robinson zien dat willen en leuk vinden in het brein twee verschillende systemen zijn.4 Willen wordt opgewekt door grote, robuuste netwerken waar dopamine bij hoort. Leuk vinden, het werkelijke genot, komt uit kleinere en kwetsbaarder gebiedjes en is niet van dopamine afhankelijk.

In een overzicht in Neuron gaan Berridge en Morten Kringelbach nog een stap verder. Enkele van de bekendste leerboekkandidaten voor plezier in het brein, waaronder het mesolimbische dopaminesysteem, wekken volgens hen misschien helemaal geen plezier op.5

Dat is een ongemakkelijk resultaat, en het verklaart veel. Je kunt iets hevig willen en er nauwelijks van genieten. Je kunt een hele avond naar iets toeleven en tijdens het eten merken dat je aan morgen denkt. Dat is geen karakterfout. Het zijn twee systemen die niet aan dezelfde knop zitten.

Het woord dopaminedetox suggereert dat je een voorraadje plezier kunt leegmaken en weer opladen. Zo werkt het in dit onderzoek niet. Dopamine is geen voorraad genot. Het is een verschilsignaal.

Waarom onzekerheid harder trekt dan zekerheid

Er is nog een laag, en die verklaart waarom je duim blijft vegen.

In 1957 beschreven Charles Ferster en Burrhus Frederic Skinner in een dik boek hoe dieren reageren op verschillende beloningsschema’s.6 Hun bekendste bevinding: gedrag dat soms wel en soms niet wordt beloond, houdt veel langer stand dan gedrag dat elke keer wordt beloond. Onvoorspelbaar bindt sterker dan betrouwbaar.

In 2003 vonden Christopher Fiorillo, Philippe Tobler en Wolfram Schultz de neurale kant daarvan.7 Naast de korte piek van de voorspellingsfout zagen zij een tweede, tragere reactie. Die liep langzaam op tot het moment waarop de beloning kon komen. En hij was het sterkst wanneer de kans ongeveer vijftig procent was. Niet bij zekerheid. Niet bij hopeloosheid. Bij twijfel.

Leg dat eens naast een gokautomaat. En daarna naast je tijdlijn. Je weet nooit wat de volgende veeg oplevert. Een goede video, een vervelend bericht, of niets. Precies die vijftig procent houdt je vast. Niet de inhoud, maar de onzekerheid erover.

Kijk vanuit die gedachte nog eens naar een gewone telefoon. Een melding die je elke dag om acht uur precies hetzelfde zou brengen, zou je binnen een week negeren. Een melding die soms iets moois bevat en meestal niets, blijf je openen. Een tijdlijn zonder einde is een tijdlijn zonder moment waarop je verwachting wordt bevestigd. En zonder bevestiging blijft de vraag openstaan.

Hier wordt het genuanceerder, en dat hoort erbij. Fiorillo mat apen met een lampje en een druppel sap, geen mensen met een telefoon. Dat schermen op ditzelfde mechanisme leunen is een redelijke gevolgtrekking, geen gemeten feit.

Maar de richting is duidelijk genoeg om iets anders te zeggen. Als jij ’s avonds blijft scrollen terwijl je weet dat je beter kunt slapen, is dat geen zwakte. Je duim doet precies wat een oeroude leermachine hoort te doen bij een onvoorspelbare beloning. Dat je het herkent, is al iets anders dan dat je het kunt.

De loterijstudie die iedereen citeert, klopt maar half

Nu het onderzoek dat je vast wel eens hebt horen navertellen, meestal op een feestje, meestal met een zucht.

In 1978 spraken Philip Brickman, Dan Coates en Ronnie Janoff-Bulman met drie groepen mensen.8 Tweeëntwintig loterijwinnaars. Tweeëntwintig mensen uit dezelfde buurten die niets hadden gewonnen. En negenentwintig mensen die door een ongeluk verlamd waren geraakt.

De winnaars bleken niet gelukkiger dan de controlegroep. Sterker nog: zij beleefden aantoonbaar minder plezier aan gewone dingen. Een ontbijt. Een gesprek. Een grap op straat.

Die uitkomst is duizenden keren geciteerd als bewijs dat geld niet helpt. En het is een prachtige, troostende gedachte. Alleen gaat het om tweeëntwintig winnaars. Eén onderzoek, één meetmoment, in de jaren zeventig.

Het is de moeite waard om even stil te staan bij waarom juist dit onderzoek zo ver is gereisd. Het bevestigt iets wat we graag willen geloven. Dat wat wij niet hebben, ons ook niet gelukkiger zou maken. Een klein onderzoek dat een troostende gedachte bevestigt, wordt vaker geciteerd dan een groot onderzoek dat haar tegenspreekt. Dat is geen kwade opzet. Het is hoe verhalen reizen.

In 2020 publiceerden Erik Lindqvist, Robert Östling en David Cesarini iets wat veel steviger staat.9 Zij ondervroegen een grote groep Zweedse loterijspelers, vijf tot tweeëntwintig jaar na een grote prijs, volgens vooraf vastgelegde procedures. Vergeleken met zorgvuldig gekozen controlepersonen waren de winnaars van grote prijzen duurzaam tevredener over hun leven. Dat effect hield meer dan tien jaar aan en er was geen spoor van wegebben.

En toch klopt het oude verhaal ook een beetje. De effecten op geluk en op geestelijke gezondheid waren namelijk duidelijk kleiner dan die op levenstevredenheid.

Dat verschil is belangrijker dan het lijkt. Tevreden zijn over je leven is een oordeel. Je goed voelen op een dinsdagmiddag is een gevoel. Het geld verschoof vooral het oordeel. De tredmolen draait harder onder het gevoel dan onder het oordeel.

Wat je hoofd nooit op nul zet

Elke metafoor houdt ergens op te kloppen. Deze ook, en het is eerlijker om zelf te zeggen waar.

Richard Lucas en zijn collega’s volgden ruim vierentwintigduizend Duitsers vijftien jaar lang.10 Wie werkloos werd, zakte diep weg in levenstevredenheid en kroop daarna weer omhoog. Maar gemiddeld kwamen die mensen niet helemaal terug op hun oude niveau, ook niet nadat zij weer werk hadden gevonden.

Nog opvallender: wie eerder werkloos was geweest, reageerde de tweede keer niet milder. Gewenning maakte de klap niet zachter. Precies het tegenovergestelde van wat een tarraknop zou doen.

Ed Diener, dezelfde Richard Lucas en Christie Scollon herzagen in 2006 de hele theorie op vijf punten.11 Het beginpunt van mensen is niet neutraal maar licht positief. Mensen verschillen onderling in dat beginpunt. Er is waarschijnlijk niet één beginpunt, maar meerdere, voor verschillende onderdelen van welbevinden. Beginpunten kunnen veranderen. En mensen verschillen sterk in hoe snel en hoe volledig zij wennen.

Leg dat naast de weegschaal en je ziet drie barsten.

Een weegschaal tarreert volledig. Een mens niet. Sommige dingen zet je hoofd nooit helemaal op nul.

Een weegschaal tarreert onmiddellijk. Een mens heeft maanden nodig, soms jaren, soms tevergeefs.

En een weegschaal heeft één display. Jij hebt er twee. Het willen en het leuk vinden lopen langs verschillende systemen.4 De tarraknop zit vooral op het eerste. Dat is ook de reden dat mensen die alles hebben nog steeds kunnen jagen, terwijl mensen die weinig hebben soms diep kunnen genieten.

De 75.000 dollar die geen grens bleek

Er is nog een reden om voorzichtig te zijn met stellige verhalen over geluk. Het bekendste getal uit dit vakgebied heeft de afgelopen jaren een complete draai gemaakt.

In 2010 analyseerden Daniel Kahneman en Angus Deaton ruim vierhonderdvijftigduizend antwoorden van Amerikanen.12 Hun conclusie: het oordeel over je leven blijft stijgen met inkomen, maar het dagelijkse gevoel stopt met verbeteren rond vijfenzeventigduizend dollar per jaar. Dat getal ging de wereld over en staat nog altijd in ontelbare artikelen.

In 2021 kwam Matthew Killingsworth met bijna 1,7 miljoen momentmetingen van ruim drieëndertigduizend werkende Amerikanen.13 Hij vond geen plafond. Beide vormen van welbevinden bleven gewoon stijgen.

Twee tegengestelde uitkomsten, van serieuze onderzoekers, in hetzelfde tijdschrift. En toen gebeurde er iets moois.

Kahneman en Killingsworth gingen samenwerken, met Barbara Mellers erbij, in wat zij een adversarial collaboration noemden: een samenwerking tussen tegenstanders.14 Zij heranalyseerden de gegevens en vonden de verklaring. Het plafond bestaat wel degelijk, maar alleen bij de ongelukkigste mensen. Bij de rest blijft geluk stijgen met inkomen, en bij de gelukkigste groep gaat het zelfs sneller.

Ik vind dit het eerlijkste stuk wetenschap in dit hele artikel. Twee onderzoekers met tegengestelde conclusies gingen niet harder roepen. Zij gingen samen rekenen. Zo hoort het, en zo gaat het zelden.

De nuance blijft staan. Dit zijn Amerikaanse gegevens, in dollars, met zelfrapportage. Het is geen regel voor jouw straat. Wat het wél laat zien: geld tilt niet iedereen op dezelfde manier op, en wie ongelukkig is, wordt door meer geld niet vanzelf gelukkig.

Je bent ook een slechte voorspeller van je eigen verdriet

Tot nu toe klinkt de tarraknop vooral als verlies. Er is een kant die je zelden hoort.

Daniel Gilbert en zijn collega’s deden in 1998 zes studies naar hoe mensen hun eigen toekomstige gevoel inschatten.15 Zij vroegen het aan mensen rond het einde van een relatie, rond een afgewezen aanstelling, rond een verloren verkiezing, na negatieve feedback en na een afwijzing door een werkgever.

Steeds hetzelfde patroon. Mensen dachten dat zij zich veel langer slecht zouden voelen dan werkelijk gebeurde.

De onderzoekers noemden de oorzaak immune neglect. Even in gewone taal: je hebt een psychologisch afweersysteem dat tegenslag verwerkt, uitlegt, kleiner maakt en inpast in je verhaal over jezelf. Alleen zie je dat systeem niet werken. Dus reken je er niet mee als je je toekomst voorstelt.

Dezelfde machinerie die je vreugde op nul zet, zet dus ook je pijn op nul. Ze is niet wreed. Ze is onpartijdig.

En hier hoort de grens bij. Dit gaat over alledaagse tegenslag, niet over rouw, ziekte of langdurig verlies. Het onderzoek van Lucas liet juist zien dat sommige klappen blijvend iets verschuiven.10 Wie iets zwaars draagt, heeft niets aan de belofte dat het vanzelf op nul komt.

Wat de weegschaal niet kan, en jij wel

Blijft de vraag wat je hier nu mee doet. Ik heb geen stappenplan voor je, en ik wantrouw iedereen die er wel een heeft voor iets wat al zo lang in ons zit.

Wel is er onderzoek dat laat zien welke twee dingen de erosie vertragen.

Kennon Sheldon en Sonja Lyubomirsky volgden vierhonderdeenentachtig studenten drie maanden lang, in drie meetronden.16 Zij testten een model over het wegzakken van geluk na een positieve verandering. Twee dingen hielden het effect langer vast. Blijvende waardering voor de verandering zelf. En blijvende variatie in de ervaringen eromheen.

Vertaald naar de weegschaal: waardering is nog eens kijken naar wat er al op staat. Variatie is voorkomen dat het steeds precies hetzelfde gewicht is.

In een gewone week ziet dat er onspectaculair uit. Waardering is een keer bewust je eigen keuken binnenlopen en zien dat je hem hebt. Variatie is dezelfde vriendin op een ander uur van de dag spreken, of een boek lezen in een stoel waar je nooit zit. Het is niet meer krijgen. Het is voorkomen dat wat je hebt onzichtbaar wordt door herhaling.

De scheurtjes horen erbij. Het waren studenten, drie maanden, met zelfrapportage. Dat is kort en smal voor een uitspraak over een heel leven.

Voor dankbaarheid is het bewijs breder, en tegelijk bescheidener dan de zelfhulpplank belooft. Een vooraf geregistreerde meta-analyse uit 2025 bundelde honderdvijfenveertig publicaties, met bijna vijfentwintigduizend deelnemers uit achtentwintig landen.17 Dankbaarheidsoefeningen verhoogden het welbevinden. Het effect was klein: een gestandaardiseerde maat van 0,19, met een betrouwbaarheidsinterval van 0,15 tot 0,22.

Even in gewone taal: het werkt, het is niet toevallig, en het is bescheiden. Het is een duwtje, geen hefboom. De onderzoekers vonden bovendien verschillen tussen landen die zij zelf niet konden verklaren. Dat schrijven ze er eerlijk bij.

Bijna tweeduizend jaar geleden schreef de Griekse filosoof Epictetus iets wat verdacht goed naast een weegschaal past.

Bedenk dat je je in het leven moet gedragen als op een diner. Wordt je iets aangereikt? Steek dan je hand uit en neem met mate je deel. Gaat het langs je heen? Houd het niet tegen.

Epictetus

Nederlandse weergave van de klassieke Engelse vertaling door Elizabeth Carter.18

Hij zegt niet dat je niets mag willen. Hij zegt dat je niet achter de schaal aan hoeft te rennen.

Je brein is niet kapot. Het doet precies waarvoor het is gemaakt: meten wat er nieuw bij komt, zodat je blijft zoeken. Dat mechanisme heeft je voorouders door winters heen geholpen. Het heeft jou je opleiding gebracht, je werk, je verhuizingen, je doorzettingsvermogen op dagen dat niemand keek.

Alleen kan een weegschaal maar één ding. Wegen wat erbij komt. Jij kunt iets wat zij niet kan. Jij kunt de kom oppakken en opnieuw voelen hoe zwaar hij is.

Wat in jouw leven is stilletjes je nieuwe nul geworden? En wanneer heb je het voor het laatst gewogen alsof het er net bij kwam?

Dit artikel geeft algemene informatie en is geen medisch of psychologisch advies. Heb je vragen over je eigen gezondheid of welzijn, bespreek die dan met je huisarts of een behandelend specialist.

Verder lezen


Bronnen

De cijfers in de tekst verwijzen naar deze lijst.

  1. Brickman, P., & Campbell, D. T. (1971). Hedonic relativism and planning the good society. In M. H. Appley (Red.), Adaptation-level theory: A symposium (pp. 287–302). Academic Press.
  2. Schultz, W., Dayan, P., & Montague, P. R. (1997). A neural substrate of prediction and reward. Science, 275(5306), 1593–1599. https://doi.org/10.1126/science.275.5306.1593
  3. Schultz, W. (2016). Dopamine reward prediction error coding. Dialogues in Clinical Neuroscience, 18(1), 23–32. https://doi.org/10.31887/DCNS.2016.18.1/wschultz
  4. Berridge, K. C., & Robinson, T. E. (2016). Liking, wanting, and the incentive-sensitization theory of addiction. American Psychologist, 71(8), 670–679. https://doi.org/10.1037/amp0000059
  5. Berridge, K. C., & Kringelbach, M. L. (2015). Pleasure systems in the brain. Neuron, 86(3), 646–664. https://doi.org/10.1016/j.neuron.2015.02.018
  6. Ferster, C. B., & Skinner, B. F. (1957). Schedules of reinforcement. Appleton-Century-Crofts. https://doi.org/10.1037/10627-000
  7. Fiorillo, C. D., Tobler, P. N., & Schultz, W. (2003). Discrete coding of reward probability and uncertainty by dopamine neurons. Science, 299(5614), 1898–1902. https://doi.org/10.1126/science.1077349
  8. Brickman, P., Coates, D., & Janoff-Bulman, R. (1978). Lottery winners and accident victims: Is happiness relative? Journal of Personality and Social Psychology, 36(8), 917–927. https://doi.org/10.1037/0022-3514.36.8.917
  9. Lindqvist, E., Östling, R., & Cesarini, D. (2020). Long-run effects of lottery wealth on psychological well-being. The Review of Economic Studies, 87(6), 2703–2726. https://doi.org/10.1093/restud/rdaa006
  10. Lucas, R. E., Clark, A. E., Georgellis, Y., & Diener, E. (2004). Unemployment alters the set point for life satisfaction. Psychological Science, 15(1), 8–13. https://doi.org/10.1111/j.0963-7214.2004.01501002.x
  11. Diener, E., Lucas, R. E., & Scollon, C. N. (2006). Beyond the hedonic treadmill: Revising the adaptation theory of well-being. American Psychologist, 61(4), 305–314. https://doi.org/10.1037/0003-066X.61.4.305
  12. Kahneman, D., & Deaton, A. (2010). High income improves evaluation of life but not emotional well-being. Proceedings of the National Academy of Sciences of the United States of America, 107(38), 16489–16493. https://doi.org/10.1073/pnas.1011492107
  13. Killingsworth, M. A. (2021). Experienced well-being rises with income, even above $75,000 per year. Proceedings of the National Academy of Sciences of the United States of America, 118(4), Article e2016976118. https://doi.org/10.1073/pnas.2016976118
  14. Killingsworth, M. A., Kahneman, D., & Mellers, B. (2023). Income and emotional well-being: A conflict resolved. Proceedings of the National Academy of Sciences of the United States of America, 120(10), Article e2208661120. https://doi.org/10.1073/pnas.2208661120
  15. Gilbert, D. T., Pinel, E. C., Wilson, T. D., Blumberg, S. J., & Wheatley, T. P. (1998). Immune neglect: A source of durability bias in affective forecasting. Journal of Personality and Social Psychology, 75(3), 617–638. https://doi.org/10.1037/0022-3514.75.3.617
  16. Sheldon, K. M., & Lyubomirsky, S. (2012). The challenge of staying happier: Testing the Hedonic Adaptation Prevention model. Personality and Social Psychology Bulletin, 38(5), 670–680. https://doi.org/10.1177/0146167212436400
  17. Choi, H., Cha, Y., McCullough, M. E., Coles, N. A., & Oishi, S. (2025). A meta-analysis of the effectiveness of gratitude interventions on well-being across cultures. Proceedings of the National Academy of Sciences of the United States of America, 122(28), Article e2425193122. https://doi.org/10.1073/pnas.2425193122
  18. Epictetus. (z.j.). The Enchiridion (E. Carter, Vert.). The Internet Classics Archive. https://classics.mit.edu/Epictetus/epicench.html (Oorspronkelijk werk samengesteld in de 2e eeuw n.Chr.)

Bronnen op deze site staan in APA-stijl, met DOI waar die beschikbaar is. Waarom ik daarvoor kies →

Ilhama | withilhama.com's avatar

Over de auteur

Ilhama | withilhama.com · Medisch specialist

Ik geloof dat een mens uit vele lagen bestaat — gevormd door wat we meemaken, verliezen, leren en opnieuw opbouwen.
Ik schrijf over wat onder de oppervlakte leeft: herinneringen, geur, stilte, kookkunst, gezondheid en veerkracht.
Op withilhama.com verbind ik wetenschap met menselijkheid — eerlijk, warm en met aandacht voor de verhalen achter de feiten.
Mijn diepste overtuiging is dat voorkomen beter is dan genezen. Daarom vertaal ik complexe kennis naar heldere inzichten die je helpen bewuster te leven en betere keuzes te maken.

Meer over mij ›

Meer berichten

Ontdek meer van withilhama

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder